Asega
05-23-2009, 04:59 PM
Islam/islamisme – twee kanten van dezelfde medaille (http://www.hetvrijevolk.com/?pagina=8483) (2)
http://www.hetvrijevolk.com/files/users/ejbron/gouden_medaille.jpg
E.J. Bron 23 mei 2009
Westerse intellectuelen, voor zover deze zich niet intensief en professioneel met de islam hebben beziggehouden, maken doorgaans de fout dat zij hun persoonlijke basiskennis via hun eigen religie (bijvoorbeeld het christendom) in analogische overeenstemming op de islam overdragen. (Deel 1 van het artikel geplaatst op 16 mei)
Deze transfer mag dan in wezenlijke punten passen bij de meeste grote religies (vredelievendheid, verbod om te doden), is echter wat de islam betreft fundamenteel fout en uiteindelijk fataal. Want de islam is uniek wat betreft zijn universele politieke heerschappijaanspraak.
Mohammed was niet alleen stichter van een religie, maar tegelijkertijd staatsman, veroveraar, rechter en opdrachtgever van talrijke moorden op zijn critici. Mohammed was een profeet die talrijke aanvalsoorlogen voerde, karavanen liet beroven, lustslavinnen hield en zijn tegenstanders al tijdens zijn leven genadeloos liet vermoorden. De uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht lagen allemaal en tegelijkertijd in zijn handen – een machtenscheiding zoals in de westerse landen is de islam daarom tot op de dag van vandaag helemaal vreemd. In principe handelde Mohammed destijds dus niet anders dan de islamisten nu en dienovereenkomstig verwijzen ze bij hun terreur altijd en onweerlegbaar naar de profeet en diens terroristische handelingen zelf.
Toch zijn de van de kant van de ”islamisten” begane gewelddadigheden in de historische totaliteit veel geringer dan de gewelddadigheden die structureel in naam van de ”gematigde” islam al 1400 jaar lang iedere dag worden begaan: alleen al de slachtoffers van zogenaamde “eermoorden”, die zo goed als uitsluitend in de landen van de islam (en ook in de westerse landen bijna alleen maar door moslims) worden gepleegd, overtreffen met het aantal van 5000 doden jaarlijks (VN-schatting) veruit de jaarlijkse slachtoffers van de kant van de ”islamistische” terreurdaden. Daarbij komen de slachtoffers van de dagelijkse mensenrechtenvijandige shariapraktijk (stenigingen, ophangingen, straffen met zweepslagen), de talrijke zelfmoorden die op rekening van de gedwongen huwelijken komen – en wat dies meer zij. De in de naam van de ”gematigde” islam structureel begane dagelijkse zijdelingse schade als resultaat van een middeleeuwsbarbaarse rechtsopvatting (sharia), een vrouwendiscriminatie van historische omvang (apartheid van de geslachten), een tot op de dag van vandaag gepraktiseerde slavernij, die in zijn totaliteit die van het westen veruit overtreft en een vervolging van ”ongelovigen” in de meeste landen van de islam stellen het aantal doden als gevolg van islamitische terreurdaden helemaal in de schaduw.
Hier is de paradoxie van de westerse politiek ten opzichte van de islam en het ”islamisme” te zien. De laatste wordt vooral met betrekking tot diens terreurdaden en het hoge aantal op zijn rekening komende aantal doden bestreden. Want zonder deze doden zou de wereld waarschijnlijk nauwelijks problemen hebben met een islamisme dat zich slechts ideologisch onderscheidt van de zogenaamde vredelievende islam – zoals bij de alevieten het geval is. Dus ondersteunt het westen de ”gematigde” islam in de veronderstelling dat van hem een geringere bedreiging voor het leven van mensen zou uitgaan. Zoals we echter hebben gezien is het precies omgekeerd.
Het enige wat de doden van de ”islam” van die van het ”islamisme” onderscheidt, is het volume waarmee het moorden plaatsvindt. ”Islamisten” zijn gericht op een zo groot mogelijke uitwerking van hun terroristische aanslagen in de media en geven daarom de voorkeur aan bom- en zelfmoordaanslagen die aanslaan bij het publiek. In de ”gematigde” islam gebeurt het moorden echter in alle stilte. Islamitische media laten niet graag de gruwelijke beelden van een steniging zien en ook niet echt graag hoe 14-jarige meisjes aan bouwkranen worden opgehangen, omdat ze de sharia hebben overtreden. En zo uitvoerig en graag westerse media over terreuraanslagen van de kant van de ”islamisten” berichten, zo laten ze bijna nooit foto’s en televisiebeelden zien waarin bijvoorbeeld de vrijdagse onthoofdingen of ledematenamputatie in Riad en andere islamitische landen zijn te zien. Die selectieve en ”politiek correcte” verslaggeving van westerse media heeft maatgevend bijgedragen aan de vertekende waarneming van de westerse landen wat betreft het ware gevaar van de islam en het islamisme – zolang men de kunstmatigheid van de scheiding van deze beide facetten van de grote religie islam nog niet heeft doorzien. Als het alleen om het aantal jaarlijkse doden gaat, zou het westen dus niet in de islam, maar in het islamisme investeren. Maar paradoxaal genoeg is precies het tegendeel het geval.
Over de rol van de vredelievende moslims in het systeem islam/islamisme
De afbakening islam versus islamisme is een westerse constructie, waar koranvaste moslims zich in de regel niet bij aansluiten. De Turkse krant Hürriyet citeert bijvoorbeeld de Turkse minister-president Erdoğan bij diens kritiek op de poging van het westen om Turkije voor te stellen als een representant van de ”gematigde” islam als volgt:
”Het is niet acceptabel voor ons in te stemmen met zo’n definitie. Turkije was nooit een land dat zo’n concept vertegenwoordigd zou hebben. Bovendien kan de islam niet als gematigd of niet gematigd worden ingedeeld.”
In duidelijke taal betekent dit: er bestaat geen gematigde of niet gematigde islam. Islam is islam. Basta! Men mag echter niet de fout begaan de islam met moslims gelijk te stellen. Zonder twijfel bestaan er vele vredelievende moslims. Maar er bestaat gewoon geen vredelievende islam. De meeste moslims zijn zelf slachtoffer van de islamitische terreurideologie, in dit opzicht worden ook zij (vooral de vrouwen) van hun meest elementaire mensenrechten beroofd door de sharia. En alle moslims zijn gegijzelden van een religie die afvalligheid van de islam met de dood bestraft. Zij zijn echter daders wanneer ze de islamitische normen actief omzetten, zij het als imams, die door hun aan God gelijkstaande status in hun gemeenten profiteren, zij het als politici, die de sharia in actieve politiek omzetten, zij het als terroristen, die onschuldige mensen vermoorden en dit met de (bestaande) toestemming van hun religie motiveren.
Zo zag Winston Churchill het ook, die in een van zijn boeken schreef:
”Individuele moslims mogen dan grote kwaliteiten laten zien, maar de invloed van de religie verlamt de maatschappelijke ontwikkeling van diegenen die haar volgen. Er bestaat geen sterkere reactionaire kracht ter wereld. Ver ervan verwijderd gewijd te zijn aan de dood, is het mohammedanisme een militant en bekeerderig geloof. Het heeft al in Centraal-Afrika gestrooid, trekt bij iedere stap onverschrokken strijders aan en als het christendom niet in de sterke armen van de wetenschap geborgen zou zijn, de wetenschap waartegen hij (de islam) vergeefs heeft gevochten, dan zou de beschaving van het moderne Europa wellicht vallen, net zoals de beschaving van het oude Rome gevallen is.”
Die overwegingen die bij het onderscheiden van islam (als systeem) en de individuele moslims (als individu) gelden in de historische terugblik vanzelfsprekend ook voor de individuele Duitser tijdens de heerschappij van het nationaalsocialisme. Zonder twijfel bestonden er in die tijd ook talrijke vredelievende Duitsers. Maar er bestond op geen enkel moment een vredelievend nationaalsocialisme. En wat betreft de individuele Duitser: zo vredelievend hij persoonlijk ook geweest mag zijn: als de nationaalsocialistische staat hem naar het front riep, had hij deze roep maar te volgen – of hij werd tegen de muur gezet. De individuele ”vredelievende” Duitser droeg dus, ook al zou hij ten opzichte van de actieve nazi’s de absolute meerderheid gehad hebben, uiteindelijk door zijn passieve existentie net zo tot de functionaliteit en stabiliteit van het nationaalsocialistische systeem bij zoals de individuele ”vredelievende” moslim het systeem islam (en daarmee ook het ”islamisme”) altijd al willens en wetens of onopzettelijk heeft gesteund. Voor zover ze zich niet actief tegen hun systemen keren, zijn beide – de vredelievende Duitser en de vredelievende moslim – uit functioneel oogpunt in gelijke mate schuldig aan het bestaan van de onrechtsystemen waartoe ze behoren – of ze het nu willen inzien of niet.
Ondanks het feit dat deze vredelievende Duitsers tijdens de nationaalsocialistische tijd een duidelijke meerderheid hadden, maakte men echter destijds en vandaag geen onderscheid wat betreft het nationaalsocialisme in een ”gematigde” tak (wanneer men de vredelievende Duitsers voor ogen had) en een ”radicaalfundamentalistische” tak (wanneer men aan de terreur van SA, SS en de veroveringsoorlog van Hitler dacht). Maar precies aan deze verkeerde redenering zijn de meeste politici, intellectuelen en goedbedoelende mensen in het westen in het geval van de islam onderworpen en blijken zodoende de beste handlangers te zijn van dat totalitarisme dat zich al sinds zijn begin zo succesvol als religie camoufleert.
Van oudsher dodelijk: kritiek op de islam
Sinds de dagen van Mohammed worden islamcritici met de dood bedreigd. Dit is in overeenstemming met de geboden van de koran, die op meer dan 200 plaatsen zijn gelovigen opdracht geeft om niet-moslims te vermoorden. Mohammed gaf persoonlijk opdracht tot talloze moorden op ongewenste critici, onder wie ook op vrouwen zoals Asma bint Marwan uit Mekka die – terwijl ze haar kind de borst gaf – door de moordenaars van de ”profeet” werd vermoord. Op bevel van Mohammed werden ook de slavin Fartana en haar (onbekende) vriendin vermoord – samen met hun eigenaar Ibn Chatal. Ze hadden het gewaagd spotliedjes over de profeet te zingen.
Op die liquidaties in opdracht van Mohammed beroepen zich tot op de dag van vandaag alle islamitische geleerden als zij – zoals in het geval van Salman Rushdie of in het geval van de Mohammed-karikaturisten – zogenaamde doodsfatwa’s uitvaardigen. Voor kritiek van de kant van hun religie hoeven de moordenaars daarom niet bang te zijn. Integendeel: wie voor Allah en Mohammed moordt, geniet bijzonder veel aanzien in de oemma, de gemeenschap van de gelovigen van de islam. Ook hierin onderscheidt Mohammed zich van alle andere stichters van de grote wereldreligies: Boeddha en Jezus waren pacifistisch tot aan zelfverloochening toe. In tegenstelling tot hen was Mohammed een massamoordenaar die persoonlijk de dood van duizenden heeft veroorzaakt en in talrijke gevallen persoonlijk heeft bevolen. Hierbij kan herinnerd worden aan het lot van de joden van de stam Banu Kureiza: in het jaar 627 na Chr. liet Mohammed alle mannen van deze stam onthoofden. Volgens enkele bronnen zou Mohammed zelfs hoogstpersoonlijk hebben deelgenomen aan deze slachting. In totaal 700 mannen (andere bronnen berichten van meer dan 1000 mannen) werden het slachtoffer van dit islamitische slachtfeest. De vrouwen en kinderen, die werden gedwongen te kijken, werden tot slaaf gemaakt. Het vergrijp van de joden van de stam van Banu Kureiza: ze weigerden het bevel van Mohammed op te volgen om zich tot de islam te bekeren.
Voor zulke informatie echter werden de meeste moslims van de kant van hun religieuze leiders zorgvuldig afgeschermd en zij hebben daarom geen idee van het ware gezicht van hun religie en van hun als god vereerde profeet. Want de innerlijke kennisorganisatie van de islam is net als een ui opgebouwd: de buitenste schillen bevatten overwegend positieve en onschuldige informatie die door iedereen geaccepteerd kan worden (bijvoorbeeld: ”Islam betekent vrede”). Maar des te intensiever een gelovige zich met de koran en de Hadith bezighoudt, des te meer hij in gesprek raakt met imams, des te meer hij islamconforme literatuur over zijn religie leest, des te meer komt hij te weten wat de eigenlijke doelen van zijn religie zijn: de Jihad tegen de ”ongelovigen” en uiteindelijk de heerschappij over de wereld. Hij mag twijfelen, vaak ook vertwijfelen. Maar des te vaker hij die twijfel dankzij de steun door imams, dankzij hun aanwijzingen naar de soera’s in de koran en naar persoonlijke uitspraken van Mohammed over de Jihad en wereldheerschappij overwint, des te waardevoller wordt hij voor de islam.
Die geleidelijke, uienschilachtige bekendmaking met de ware inhouden en doelen van de islam herinnert zeer zeker aan de kennisorganisatie van menig geheim bondgenootschap en heeft een groot voordeel: loyaliteitsproblemen kunnen al in een ongevaarlijk vroeg stadium herkend en de getroffene uitgesorteerd – en indien noodzakelijk – geneutraliseerd worden.
De meeste moslims kennen hun religie slechts in aanzet. Het grootste deel van de wereldwijde moslimgemeente leest de koran in een voor hen compleet vreemde en onbegrijpelijke taal, waaruit ze de inhouden niet kunnen opmaken en waartoe ze meestal volledig zijn aangewezen op de mondelinge interpretaties van hun imams. Dit heeft o.a. te maken met het feit dat de meeste gelovigen de koran alleen in de Arabische taal kennen – de taal van de profeet en de taal waarin volgens het islamitische geloof de koran door Mohammed werd verkondigd. Iedere vertaling zou – volgens de gangbare overtuiging – de originele inhoud van de Arabische brontekst van de koran op een onredelijke manier verdraaien en zou daarom gelijkstaan met hoogverraad aan de originele woorden van Allah.
Koranvertalingen zijn daarom de uitzondering en worden overwegend in verband met het bekend maken van de islam aan niet-moslims geaccepteerd – met als doel hun bekering tot de ”religie van de vrede”.
Des te geloviger een moslim, des te eerder neigt hij naar terreur
Moslims, die de inhoud van de koran niet kunnen begrijpen, neigen dan ook veel minder naar islamitische terreurdaden tegen de ”ongelovigen” dan zij die Allah’s boodschap heel goed in het origineel bestudeerd en verinnerlijkt hebben. Des te geloviger een moslim, des te beter hij de koran en de Hadith (het leven en werken van Mohammed) kent en des te hoger zijn opleidingsgraad is, des te waarschijnlijker is het dat er uit hem een terrorist kan ontstaan. Dat is het ontnuchterende resultaat van bijna alle internationale onderzoeken over het profiel van terroristen.
Voor deze achtergrond zijn de pogingen van de westerse landen om de terreur met behulp van enorme opleidingsoffensieven binnen de islamitische diaspora te bestrijden niets anders dan een strijd die herinnert aan de uitdrijving van de duivel met behulp van Beëlzebub. Ter herinnering: de daders van 11 september waren hoogopgeleid, evenals de daders van de aanslagen op de bussen en metro’s in Engeland op 7 juli 2005. Osama Bin Laden is afgestudeerd ingenieur, zijn plaatsvervanger Amain az-Zawahiri, de nummer 2 van Al-Qaida, studeerde medicijnen en is afkomstig uit een hoogopgeleid huis: zijn vader was professor in de medicijnen in Cairo, zijn oudoom imam aan de belangrijke al-Azhar universiteit in Cairo. Ook de voormalige voorbidder van de Londense Finsbury-moskee, Abu Hamza, die in zijn preken de moslims in de wereld regelmatig oproept:
”Verwijder de joden van het aangezicht der aarde”, ”Slacht de ongelovigen af”, ”Sticht het wereldwijde kalifaat”
is geen domkop. Maar eveneens hoogopgeleid. Niet anders is het bij Tariq Ramadan, islamitisch professor voor filosofie aan de universiteit van Genève en waarschijnlijk een van de meest onduidelijke en vage figuren binnen de islamitische intellectuelen: hoogopgeleid, zeer goed geïnformeerd – en toch wijkt hij ook geen millimeter af van de ”verbale inspiratie” van de koran en van de persoon van Mohammed als voorbeeld in religieus, staatkundig en privaatrechterlijk handelen en denken…
Ontwikkeling alleen maakt van onontwikkelde islamisten alleen maar ontwikkelde islamisten
De lijst zou eindeloos kunnen worden voortgezet. De voorbeelden laten echter één ding zien: om de islam en het islamisme met opleidingoffensieven te bestrijden is een weg die tot niets leidt. Hij maakt van onontwikkelde islamisten alleen maar ontwikkelde islamisten – en gewoon niet zoals gehoopt ”gematigde” moslims – en vergroot daarmee het nationale en internationale islamitische bedreigingscenario immens. Wat niet wil zeggen dat men moslims verre moet houden van onderwijs. Dat doet de islam al van zichzelf en heeft daarvoor niet de ”hulp” van het westen nodig. Wat betreft hun onderwijspolitiek werden de landen van de islam vanwege hun internationale reactionairheid zelfs uitdrukkelijk door de VN berispt: in hun zwartboek uit het jaar 2003 werden ze voor onderwijsgebreken en weigering van vooruitgang op alle gebieden berispt. Als oorzaak werd in dit bericht uitdrukkelijk een ”verstarde religie” genoemd. De islamwetenschapper Hans-Peter Raddatz merkt in een artikel in de Rheinische Merkur over deze studie op:
Tot de niet-islamitische wereld, zo wordt daarin gezegd, zou een dramatische kenniskloof zijn geopend, die terug te voeren zou zijn op een door het geloof veroorzaakte beperking van de vrijheid van onderwijs en een toenemende vrouwenonderdrukking. Daarbij liet men zien chronisch onkundig te zijn op het gebied van zelfkritiek, waarvoor een opening van de islam dringend noodzakelijk zou zijn.
Slotsom
”Islamisme”en ”islam” zijn één en hetzelfde en verschillen slechts in de snelheid waarmee ze het hoofddoel van hun religie – de wereldheerschappij van de islam – nastreven. Het ”islamisme” is alleen de radicalere, ongeduldiger tweelingbroer van de ”gematigde” islam en bestaat al sinds de eerste beginselen van de religie in Mekka, bijvoorbeeld in de vorm van opdrachtmoorden van Mohammed op zijn critici. Destijds al wist Mohammed op meesterlijke wijze zijn omgeving om de tuin te leiden door zich, afhankelijk van de situatie, de ene keer in een vredelievend en een andere keer in een krijgszuchtig gewaad te laten zien.
Dit theocratische totalitarisme met een in de koran vastgelegde aanspraak op wereldheerschappij moet met dezelfde beslistheid en dezelfde onbuigzame wil bestreden worden waarmee Winston Churchill zich tegen de in zijn tijd grootste bedreiging – Adolf Hitler en het nationaalsocialistische totalitarisme – heeft verzet.
Maar de belangrijkste strijd zal van ideologische aard moeten zijn: het zal een veldslag van ideeën zijn tussen het Verlichte westen en de aanhangers van een religieustotalitaire theocratie, waarin de vrije stroom van ideeën, de vrijheid van het woord en de vrijheid van meningsuiting, de gelijkheid van de geslachten, de acceptatie van seksueel verschillende fenotypes (heteroseksueel, biseksueel, homoseksueel, transseksueel, enz.) net zo onvoorstelbaar is als de vrijheid van ieder individu om zijn eigen religie zelfstandig en zonder druk te kiezen, wat ook de vrijheid van iedere religie mede inhoudt. Pas deze strijd tussen de islam als het op dit moment machtigste totalitarisme aan de ene en het Verlichte westen aan de andere kant zal er op de middellange en langere termijn over beslissen in welke richting onze planeet zich in de toekomst zal bewegen.
Om kort te gaan: de clash of civilizations zal worden gestreden tussen de middeleeuwen en de moderne tijd, tussen Mohammed en Kant: het zal een strijd zijn tussen denkverbod en denkgebod. Deze strijd is al in volle gang. En zijn afloop is onbekend.
http://www.hetvrijevolk.com/files/users/ejbron/gouden_medaille.jpg
E.J. Bron 23 mei 2009
Westerse intellectuelen, voor zover deze zich niet intensief en professioneel met de islam hebben beziggehouden, maken doorgaans de fout dat zij hun persoonlijke basiskennis via hun eigen religie (bijvoorbeeld het christendom) in analogische overeenstemming op de islam overdragen. (Deel 1 van het artikel geplaatst op 16 mei)
Deze transfer mag dan in wezenlijke punten passen bij de meeste grote religies (vredelievendheid, verbod om te doden), is echter wat de islam betreft fundamenteel fout en uiteindelijk fataal. Want de islam is uniek wat betreft zijn universele politieke heerschappijaanspraak.
Mohammed was niet alleen stichter van een religie, maar tegelijkertijd staatsman, veroveraar, rechter en opdrachtgever van talrijke moorden op zijn critici. Mohammed was een profeet die talrijke aanvalsoorlogen voerde, karavanen liet beroven, lustslavinnen hield en zijn tegenstanders al tijdens zijn leven genadeloos liet vermoorden. De uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht lagen allemaal en tegelijkertijd in zijn handen – een machtenscheiding zoals in de westerse landen is de islam daarom tot op de dag van vandaag helemaal vreemd. In principe handelde Mohammed destijds dus niet anders dan de islamisten nu en dienovereenkomstig verwijzen ze bij hun terreur altijd en onweerlegbaar naar de profeet en diens terroristische handelingen zelf.
Toch zijn de van de kant van de ”islamisten” begane gewelddadigheden in de historische totaliteit veel geringer dan de gewelddadigheden die structureel in naam van de ”gematigde” islam al 1400 jaar lang iedere dag worden begaan: alleen al de slachtoffers van zogenaamde “eermoorden”, die zo goed als uitsluitend in de landen van de islam (en ook in de westerse landen bijna alleen maar door moslims) worden gepleegd, overtreffen met het aantal van 5000 doden jaarlijks (VN-schatting) veruit de jaarlijkse slachtoffers van de kant van de ”islamistische” terreurdaden. Daarbij komen de slachtoffers van de dagelijkse mensenrechtenvijandige shariapraktijk (stenigingen, ophangingen, straffen met zweepslagen), de talrijke zelfmoorden die op rekening van de gedwongen huwelijken komen – en wat dies meer zij. De in de naam van de ”gematigde” islam structureel begane dagelijkse zijdelingse schade als resultaat van een middeleeuwsbarbaarse rechtsopvatting (sharia), een vrouwendiscriminatie van historische omvang (apartheid van de geslachten), een tot op de dag van vandaag gepraktiseerde slavernij, die in zijn totaliteit die van het westen veruit overtreft en een vervolging van ”ongelovigen” in de meeste landen van de islam stellen het aantal doden als gevolg van islamitische terreurdaden helemaal in de schaduw.
Hier is de paradoxie van de westerse politiek ten opzichte van de islam en het ”islamisme” te zien. De laatste wordt vooral met betrekking tot diens terreurdaden en het hoge aantal op zijn rekening komende aantal doden bestreden. Want zonder deze doden zou de wereld waarschijnlijk nauwelijks problemen hebben met een islamisme dat zich slechts ideologisch onderscheidt van de zogenaamde vredelievende islam – zoals bij de alevieten het geval is. Dus ondersteunt het westen de ”gematigde” islam in de veronderstelling dat van hem een geringere bedreiging voor het leven van mensen zou uitgaan. Zoals we echter hebben gezien is het precies omgekeerd.
Het enige wat de doden van de ”islam” van die van het ”islamisme” onderscheidt, is het volume waarmee het moorden plaatsvindt. ”Islamisten” zijn gericht op een zo groot mogelijke uitwerking van hun terroristische aanslagen in de media en geven daarom de voorkeur aan bom- en zelfmoordaanslagen die aanslaan bij het publiek. In de ”gematigde” islam gebeurt het moorden echter in alle stilte. Islamitische media laten niet graag de gruwelijke beelden van een steniging zien en ook niet echt graag hoe 14-jarige meisjes aan bouwkranen worden opgehangen, omdat ze de sharia hebben overtreden. En zo uitvoerig en graag westerse media over terreuraanslagen van de kant van de ”islamisten” berichten, zo laten ze bijna nooit foto’s en televisiebeelden zien waarin bijvoorbeeld de vrijdagse onthoofdingen of ledematenamputatie in Riad en andere islamitische landen zijn te zien. Die selectieve en ”politiek correcte” verslaggeving van westerse media heeft maatgevend bijgedragen aan de vertekende waarneming van de westerse landen wat betreft het ware gevaar van de islam en het islamisme – zolang men de kunstmatigheid van de scheiding van deze beide facetten van de grote religie islam nog niet heeft doorzien. Als het alleen om het aantal jaarlijkse doden gaat, zou het westen dus niet in de islam, maar in het islamisme investeren. Maar paradoxaal genoeg is precies het tegendeel het geval.
Over de rol van de vredelievende moslims in het systeem islam/islamisme
De afbakening islam versus islamisme is een westerse constructie, waar koranvaste moslims zich in de regel niet bij aansluiten. De Turkse krant Hürriyet citeert bijvoorbeeld de Turkse minister-president Erdoğan bij diens kritiek op de poging van het westen om Turkije voor te stellen als een representant van de ”gematigde” islam als volgt:
”Het is niet acceptabel voor ons in te stemmen met zo’n definitie. Turkije was nooit een land dat zo’n concept vertegenwoordigd zou hebben. Bovendien kan de islam niet als gematigd of niet gematigd worden ingedeeld.”
In duidelijke taal betekent dit: er bestaat geen gematigde of niet gematigde islam. Islam is islam. Basta! Men mag echter niet de fout begaan de islam met moslims gelijk te stellen. Zonder twijfel bestaan er vele vredelievende moslims. Maar er bestaat gewoon geen vredelievende islam. De meeste moslims zijn zelf slachtoffer van de islamitische terreurideologie, in dit opzicht worden ook zij (vooral de vrouwen) van hun meest elementaire mensenrechten beroofd door de sharia. En alle moslims zijn gegijzelden van een religie die afvalligheid van de islam met de dood bestraft. Zij zijn echter daders wanneer ze de islamitische normen actief omzetten, zij het als imams, die door hun aan God gelijkstaande status in hun gemeenten profiteren, zij het als politici, die de sharia in actieve politiek omzetten, zij het als terroristen, die onschuldige mensen vermoorden en dit met de (bestaande) toestemming van hun religie motiveren.
Zo zag Winston Churchill het ook, die in een van zijn boeken schreef:
”Individuele moslims mogen dan grote kwaliteiten laten zien, maar de invloed van de religie verlamt de maatschappelijke ontwikkeling van diegenen die haar volgen. Er bestaat geen sterkere reactionaire kracht ter wereld. Ver ervan verwijderd gewijd te zijn aan de dood, is het mohammedanisme een militant en bekeerderig geloof. Het heeft al in Centraal-Afrika gestrooid, trekt bij iedere stap onverschrokken strijders aan en als het christendom niet in de sterke armen van de wetenschap geborgen zou zijn, de wetenschap waartegen hij (de islam) vergeefs heeft gevochten, dan zou de beschaving van het moderne Europa wellicht vallen, net zoals de beschaving van het oude Rome gevallen is.”
Die overwegingen die bij het onderscheiden van islam (als systeem) en de individuele moslims (als individu) gelden in de historische terugblik vanzelfsprekend ook voor de individuele Duitser tijdens de heerschappij van het nationaalsocialisme. Zonder twijfel bestonden er in die tijd ook talrijke vredelievende Duitsers. Maar er bestond op geen enkel moment een vredelievend nationaalsocialisme. En wat betreft de individuele Duitser: zo vredelievend hij persoonlijk ook geweest mag zijn: als de nationaalsocialistische staat hem naar het front riep, had hij deze roep maar te volgen – of hij werd tegen de muur gezet. De individuele ”vredelievende” Duitser droeg dus, ook al zou hij ten opzichte van de actieve nazi’s de absolute meerderheid gehad hebben, uiteindelijk door zijn passieve existentie net zo tot de functionaliteit en stabiliteit van het nationaalsocialistische systeem bij zoals de individuele ”vredelievende” moslim het systeem islam (en daarmee ook het ”islamisme”) altijd al willens en wetens of onopzettelijk heeft gesteund. Voor zover ze zich niet actief tegen hun systemen keren, zijn beide – de vredelievende Duitser en de vredelievende moslim – uit functioneel oogpunt in gelijke mate schuldig aan het bestaan van de onrechtsystemen waartoe ze behoren – of ze het nu willen inzien of niet.
Ondanks het feit dat deze vredelievende Duitsers tijdens de nationaalsocialistische tijd een duidelijke meerderheid hadden, maakte men echter destijds en vandaag geen onderscheid wat betreft het nationaalsocialisme in een ”gematigde” tak (wanneer men de vredelievende Duitsers voor ogen had) en een ”radicaalfundamentalistische” tak (wanneer men aan de terreur van SA, SS en de veroveringsoorlog van Hitler dacht). Maar precies aan deze verkeerde redenering zijn de meeste politici, intellectuelen en goedbedoelende mensen in het westen in het geval van de islam onderworpen en blijken zodoende de beste handlangers te zijn van dat totalitarisme dat zich al sinds zijn begin zo succesvol als religie camoufleert.
Van oudsher dodelijk: kritiek op de islam
Sinds de dagen van Mohammed worden islamcritici met de dood bedreigd. Dit is in overeenstemming met de geboden van de koran, die op meer dan 200 plaatsen zijn gelovigen opdracht geeft om niet-moslims te vermoorden. Mohammed gaf persoonlijk opdracht tot talloze moorden op ongewenste critici, onder wie ook op vrouwen zoals Asma bint Marwan uit Mekka die – terwijl ze haar kind de borst gaf – door de moordenaars van de ”profeet” werd vermoord. Op bevel van Mohammed werden ook de slavin Fartana en haar (onbekende) vriendin vermoord – samen met hun eigenaar Ibn Chatal. Ze hadden het gewaagd spotliedjes over de profeet te zingen.
Op die liquidaties in opdracht van Mohammed beroepen zich tot op de dag van vandaag alle islamitische geleerden als zij – zoals in het geval van Salman Rushdie of in het geval van de Mohammed-karikaturisten – zogenaamde doodsfatwa’s uitvaardigen. Voor kritiek van de kant van hun religie hoeven de moordenaars daarom niet bang te zijn. Integendeel: wie voor Allah en Mohammed moordt, geniet bijzonder veel aanzien in de oemma, de gemeenschap van de gelovigen van de islam. Ook hierin onderscheidt Mohammed zich van alle andere stichters van de grote wereldreligies: Boeddha en Jezus waren pacifistisch tot aan zelfverloochening toe. In tegenstelling tot hen was Mohammed een massamoordenaar die persoonlijk de dood van duizenden heeft veroorzaakt en in talrijke gevallen persoonlijk heeft bevolen. Hierbij kan herinnerd worden aan het lot van de joden van de stam Banu Kureiza: in het jaar 627 na Chr. liet Mohammed alle mannen van deze stam onthoofden. Volgens enkele bronnen zou Mohammed zelfs hoogstpersoonlijk hebben deelgenomen aan deze slachting. In totaal 700 mannen (andere bronnen berichten van meer dan 1000 mannen) werden het slachtoffer van dit islamitische slachtfeest. De vrouwen en kinderen, die werden gedwongen te kijken, werden tot slaaf gemaakt. Het vergrijp van de joden van de stam van Banu Kureiza: ze weigerden het bevel van Mohammed op te volgen om zich tot de islam te bekeren.
Voor zulke informatie echter werden de meeste moslims van de kant van hun religieuze leiders zorgvuldig afgeschermd en zij hebben daarom geen idee van het ware gezicht van hun religie en van hun als god vereerde profeet. Want de innerlijke kennisorganisatie van de islam is net als een ui opgebouwd: de buitenste schillen bevatten overwegend positieve en onschuldige informatie die door iedereen geaccepteerd kan worden (bijvoorbeeld: ”Islam betekent vrede”). Maar des te intensiever een gelovige zich met de koran en de Hadith bezighoudt, des te meer hij in gesprek raakt met imams, des te meer hij islamconforme literatuur over zijn religie leest, des te meer komt hij te weten wat de eigenlijke doelen van zijn religie zijn: de Jihad tegen de ”ongelovigen” en uiteindelijk de heerschappij over de wereld. Hij mag twijfelen, vaak ook vertwijfelen. Maar des te vaker hij die twijfel dankzij de steun door imams, dankzij hun aanwijzingen naar de soera’s in de koran en naar persoonlijke uitspraken van Mohammed over de Jihad en wereldheerschappij overwint, des te waardevoller wordt hij voor de islam.
Die geleidelijke, uienschilachtige bekendmaking met de ware inhouden en doelen van de islam herinnert zeer zeker aan de kennisorganisatie van menig geheim bondgenootschap en heeft een groot voordeel: loyaliteitsproblemen kunnen al in een ongevaarlijk vroeg stadium herkend en de getroffene uitgesorteerd – en indien noodzakelijk – geneutraliseerd worden.
De meeste moslims kennen hun religie slechts in aanzet. Het grootste deel van de wereldwijde moslimgemeente leest de koran in een voor hen compleet vreemde en onbegrijpelijke taal, waaruit ze de inhouden niet kunnen opmaken en waartoe ze meestal volledig zijn aangewezen op de mondelinge interpretaties van hun imams. Dit heeft o.a. te maken met het feit dat de meeste gelovigen de koran alleen in de Arabische taal kennen – de taal van de profeet en de taal waarin volgens het islamitische geloof de koran door Mohammed werd verkondigd. Iedere vertaling zou – volgens de gangbare overtuiging – de originele inhoud van de Arabische brontekst van de koran op een onredelijke manier verdraaien en zou daarom gelijkstaan met hoogverraad aan de originele woorden van Allah.
Koranvertalingen zijn daarom de uitzondering en worden overwegend in verband met het bekend maken van de islam aan niet-moslims geaccepteerd – met als doel hun bekering tot de ”religie van de vrede”.
Des te geloviger een moslim, des te eerder neigt hij naar terreur
Moslims, die de inhoud van de koran niet kunnen begrijpen, neigen dan ook veel minder naar islamitische terreurdaden tegen de ”ongelovigen” dan zij die Allah’s boodschap heel goed in het origineel bestudeerd en verinnerlijkt hebben. Des te geloviger een moslim, des te beter hij de koran en de Hadith (het leven en werken van Mohammed) kent en des te hoger zijn opleidingsgraad is, des te waarschijnlijker is het dat er uit hem een terrorist kan ontstaan. Dat is het ontnuchterende resultaat van bijna alle internationale onderzoeken over het profiel van terroristen.
Voor deze achtergrond zijn de pogingen van de westerse landen om de terreur met behulp van enorme opleidingsoffensieven binnen de islamitische diaspora te bestrijden niets anders dan een strijd die herinnert aan de uitdrijving van de duivel met behulp van Beëlzebub. Ter herinnering: de daders van 11 september waren hoogopgeleid, evenals de daders van de aanslagen op de bussen en metro’s in Engeland op 7 juli 2005. Osama Bin Laden is afgestudeerd ingenieur, zijn plaatsvervanger Amain az-Zawahiri, de nummer 2 van Al-Qaida, studeerde medicijnen en is afkomstig uit een hoogopgeleid huis: zijn vader was professor in de medicijnen in Cairo, zijn oudoom imam aan de belangrijke al-Azhar universiteit in Cairo. Ook de voormalige voorbidder van de Londense Finsbury-moskee, Abu Hamza, die in zijn preken de moslims in de wereld regelmatig oproept:
”Verwijder de joden van het aangezicht der aarde”, ”Slacht de ongelovigen af”, ”Sticht het wereldwijde kalifaat”
is geen domkop. Maar eveneens hoogopgeleid. Niet anders is het bij Tariq Ramadan, islamitisch professor voor filosofie aan de universiteit van Genève en waarschijnlijk een van de meest onduidelijke en vage figuren binnen de islamitische intellectuelen: hoogopgeleid, zeer goed geïnformeerd – en toch wijkt hij ook geen millimeter af van de ”verbale inspiratie” van de koran en van de persoon van Mohammed als voorbeeld in religieus, staatkundig en privaatrechterlijk handelen en denken…
Ontwikkeling alleen maakt van onontwikkelde islamisten alleen maar ontwikkelde islamisten
De lijst zou eindeloos kunnen worden voortgezet. De voorbeelden laten echter één ding zien: om de islam en het islamisme met opleidingoffensieven te bestrijden is een weg die tot niets leidt. Hij maakt van onontwikkelde islamisten alleen maar ontwikkelde islamisten – en gewoon niet zoals gehoopt ”gematigde” moslims – en vergroot daarmee het nationale en internationale islamitische bedreigingscenario immens. Wat niet wil zeggen dat men moslims verre moet houden van onderwijs. Dat doet de islam al van zichzelf en heeft daarvoor niet de ”hulp” van het westen nodig. Wat betreft hun onderwijspolitiek werden de landen van de islam vanwege hun internationale reactionairheid zelfs uitdrukkelijk door de VN berispt: in hun zwartboek uit het jaar 2003 werden ze voor onderwijsgebreken en weigering van vooruitgang op alle gebieden berispt. Als oorzaak werd in dit bericht uitdrukkelijk een ”verstarde religie” genoemd. De islamwetenschapper Hans-Peter Raddatz merkt in een artikel in de Rheinische Merkur over deze studie op:
Tot de niet-islamitische wereld, zo wordt daarin gezegd, zou een dramatische kenniskloof zijn geopend, die terug te voeren zou zijn op een door het geloof veroorzaakte beperking van de vrijheid van onderwijs en een toenemende vrouwenonderdrukking. Daarbij liet men zien chronisch onkundig te zijn op het gebied van zelfkritiek, waarvoor een opening van de islam dringend noodzakelijk zou zijn.
Slotsom
”Islamisme”en ”islam” zijn één en hetzelfde en verschillen slechts in de snelheid waarmee ze het hoofddoel van hun religie – de wereldheerschappij van de islam – nastreven. Het ”islamisme” is alleen de radicalere, ongeduldiger tweelingbroer van de ”gematigde” islam en bestaat al sinds de eerste beginselen van de religie in Mekka, bijvoorbeeld in de vorm van opdrachtmoorden van Mohammed op zijn critici. Destijds al wist Mohammed op meesterlijke wijze zijn omgeving om de tuin te leiden door zich, afhankelijk van de situatie, de ene keer in een vredelievend en een andere keer in een krijgszuchtig gewaad te laten zien.
Dit theocratische totalitarisme met een in de koran vastgelegde aanspraak op wereldheerschappij moet met dezelfde beslistheid en dezelfde onbuigzame wil bestreden worden waarmee Winston Churchill zich tegen de in zijn tijd grootste bedreiging – Adolf Hitler en het nationaalsocialistische totalitarisme – heeft verzet.
Maar de belangrijkste strijd zal van ideologische aard moeten zijn: het zal een veldslag van ideeën zijn tussen het Verlichte westen en de aanhangers van een religieustotalitaire theocratie, waarin de vrije stroom van ideeën, de vrijheid van het woord en de vrijheid van meningsuiting, de gelijkheid van de geslachten, de acceptatie van seksueel verschillende fenotypes (heteroseksueel, biseksueel, homoseksueel, transseksueel, enz.) net zo onvoorstelbaar is als de vrijheid van ieder individu om zijn eigen religie zelfstandig en zonder druk te kiezen, wat ook de vrijheid van iedere religie mede inhoudt. Pas deze strijd tussen de islam als het op dit moment machtigste totalitarisme aan de ene en het Verlichte westen aan de andere kant zal er op de middellange en langere termijn over beslissen in welke richting onze planeet zich in de toekomst zal bewegen.
Om kort te gaan: de clash of civilizations zal worden gestreden tussen de middeleeuwen en de moderne tijd, tussen Mohammed en Kant: het zal een strijd zijn tussen denkverbod en denkgebod. Deze strijd is al in volle gang. En zijn afloop is onbekend.