Results 1 to 4 of 4

Thread: Plakkaat van Verlatinghe (1581)

  1. #1
    Veteran Member The Lawspeaker's Avatar
    Join Date
    Feb 2009
    Last Online
    Today @ 02:07 AM
    Location
    Between forests and marshes
    Meta-Ethnicity
    Celto-Germanic
    Ethnicity
    Dutch
    Ancestry
    Brabant, Holland, Guelders and some Hainaut.
    Country
    Netherlands
    Region
    Utrecht
    Politics
    National conservatism and Romantic nationalism
    Religion
    Cultural Catholic
    Relationship Status
    Engaged
    Age
    36
    Gender
    Posts
    45,232
    Blog Entries
    2
    Thumbs Up/Down
    Received: 8,892/1,615
    Given: 18,562/3,127

    0 Not allowed! Not allowed!

    Default Plakkaat van Verlatinghe (1581)



    Plakkaat van Verlatinghe
    26 juli 1581

    De Staten Generael van de geunieerde Nederlanden. Allen dengenen die dese tegenwoordighe sullen sien ofte hooren lesen, saluyt.

    Alsoo een yegelick kennelick is, dat een Prince van den lande van Godt gestelt is hooft over zijne ondersaten, om deselve te bewaren ende beschermen van alle ongelijk, overlast ende ghewelt gelijck een herder tot bewaernisse van zijne schapen: En dat d'ondersaten niet en sijn van Godt geschapen tot behoef van den Prince om hem in alles wat hy beveelt, weder het goddelick of ongoddelick, recht of onrecht is, onderdanig te wesen en als slaven te dienen: maer den Prince om d'ondersaten wille, sonder dewelcke hy egeen Prince en is, om deselve met recht ende redene te regeeren ende voor te staen ende lief te hebben als een vader zijne kinderen ende een herder zijne schapen, die zijn lijf ende leven set om deslve te bewaren. En so wanneer hy sulx niet en doet, maer in stede van zijne ondersaten te beschermen, deselve soeckt te verdrucken, t'overlasten, heure oude vryheyt, privilegien ende oude herkomen te benemen, ende heur te gebieden ende gebruycken als slaven, moet ghehouden worden niet als Prince, maer als een tyran ende voor sulx nae recht ende redene magh ten minsten van zijne ondersaten, besondere by deliberatie van de Staten van den lande, voor egheen Prince meer bekent, maer verlaeten ende een ander in zijn stede tot beschermenisse van henlieden voor overhooft sonder misbruycken ghecosen werden:

    Te meer so wanneer d'ondersaten met ootmoedighe verthooninghe niet en hebben heuren voorsz. Prince konnen vermorwen, noch van zijn tirannich opset gekeeren ende also egeen ander middel en hebben om heure eighene, heure huysvrouwen, kinderen ende naecomelinghen aengeboren vryheyt (daer zy na de wet der natueren goet ende bloet schuldigh zijn voor op te setten), te bewaren ende beschermen, gelijck tot diversche reysen uut gelijcke oorsaecken in diversche landen, ende tot diversche tijden geschiet, en d'exempelen ghenoegh bekent zijn: twelck principalick in dese voorsz. landen behoort plaetse te hebben ende stadt te grijpen, die van allen tijden zijn gheregeert geweest ende hebben ook moeten geregeert worden navolgdende den eedt by heure Princen t'heuren aencome gedaen, na uutwijsen heurer privilegien, costumen ende ouden hercomen: hebbende oock meest alle de voorsz. landen haren Prince ontfangen op conditien, contrackten ende accoorden ende welcke brekende, oock nae recht den Prince van de heerschappye van den lande is vervallen.

    Nu ist also, dat den Coninck van Spaengien, nae het overlijden van hooger memorie Keyser Kaerle de vijfde, van wien hy alle dese Nederlanden ontfanghen hadde, vergetende de diensten die so sijn Heer vader, als hy, van dese landen ende ondersaten derselver hadden ontfanghen, deur dewelcke besondere de Coninck van Spaengien soo loffelicke victorien teghens zijne vyanden verkregen hadde, dat zijnen naem ende macht alle de wereldt deur vernaemt ende ontsien wert: vergetende oock de vermaninge die de voorsz. Keiserlicke Majesteydt hem t'anderen tijden ter contrarien hadde ghedaen, heeft dien van den Raede van Spaengien (neffens hen wesende) die deurdien zy in dese landen en vermochten egheen bevel te hebben te gouverneren oft de principale staten te bedienen, gelijck zy in de Coninckrijcken van Napels, Sicilien, tot Milanen, in Indien ende ander plaetsen, onder des Conincks geweldt wesende, deden, kennende den meestendeel van hen den rijckdom ende macht derselver, hadden eenen nijt teghens dese voorsz. landen ende de vryheyt derselver in hen herte genomen, ghehoor ende gheloof ghegheven, denwelcken Raedt van Spaengien, oft eenighe van de principale van dien, den voorsz. Coninck tot diversche reysen voor ooghen ghehouden hebben, dat voor zijn reputatie ende Majesteyt beter was, dese voorsz. landen van nieuws te conquesteren, om daerover vryelick ende absolutelick te moghen bevelen (t'welck is tyranniseren nae zijn beliefte) dan onder alsulcken conditien ende restrictien (als hy hadde in 't overnemen van de heerschappye van deselve landen moeten zweeren) die te regeren. Welcke volgende den Coninck zedert alle middelen ghesocht heeft dese voorsz. lande te brenghen uyt heure oude vryheydt in een slavernye onder 't gouvernement van de Spaegnaerden: hebbende eerst, onder 't decxsel van de religie, willen in de principaelste ende machtighste steden stellen nieuwe bisschoppen, deselve begiftende ende doterende met toevoeginghe ende incorporatie van de rijckste abdyen, ende hen bysettende negen canonicken, die souden wesen van zijnen Raedt, waeraf de drie souden besonderen last hebben over d'inquisitie, door dewelcke incorporatie deselve bisschoppen (die souden moghen geweest hebben sowel vreemdelingen als ingheborene) souden hebben ghehadt d'eerste plaetsen ende voysen in de vergaderinge van de Staten van de voorsz. landen ende geweest zijne creaturen, staende tot zijne bevele ende devotie: ende deur de voorsz. toegevoechde canonicken de Spaensche inquisitie ingebrocht, dewelcke in dese landen altijt so schrickelick ende odieus, als de uuterste slavernye selve, gheweest is, so een yegelijck is kennelick: sodat de voorsz. Keyserlicke Majesteyt deselve t'anderen tijden den landen voorgeslagen hebbende, deur die remonstrantie die men aen Zijne Majesteyt daerteghens gedaen heeft (thonende d'affectie die hy zijne ondersaten was toedraghende) die heeft laten varen: maer niettegenstaende diversche remonstrantien, so by perticulire steden ende provincien, alsoock van eenige principale heeren van den lande, namentlic den heere van Mongtiny ende den grave van Egmondt, tot dien eynde by consente van de hertoghinne van Parma, doen ter tijt regente over deselve landen, by advijse van den Rade van State ende Generaliteyt, na Spaengien tot distincte reysen gesonden, mondelinge gedaen: ende dat ook den voorsz. Coninck van Spaengien deselve mondelinghe goede hope hadde ghegheven van, naevolgende haer versoeck, daerinne te versien, heeft ter contrarien corts daernaer by brieven scherpelick bevolen de voorsz. bisschoppen, op zijn indignatie, terstont t'onfangen ende te stellen in de possessie van heure bisdommen ende geincorporeerde abdyen, de inquisitie te werck te stellen daer se te vooren was, ende d'ordonnantie van het concilie van Trenten (die in vele poincten contrarieerden de privilegien van de voorsz. landen) t'achtervolgen. Twelck gekomen zijnde ter ooren van de ghemeynte, heeft met redenen oorsake ghegheven van een groote beroerte onder haer ende eenen aftreck van de goede affectie, die zy als goede ondersaten den voorsz. Coninck van Spaengien ende zijne voorsaten altijdt toeghedragen hadden, besonder aenmerckende dat hy niet alleenlick en sochte te tyranniseren over hunne personen ende goet, maer ooc over heure conscientien, waervan zy verstonden niemant, dan aen Godt alleene, ghehouden te wesen rekeninge te gheven oft te verantwoorden: waerdeur ende uut medelijden van de voorsz. ghemeynte, de principaelste van den adel van den lande hebben in den jare 1566 seker remonstrantie overghegheven, versoeckende dat, om de ghemeynte te stillen ende alle oproer te verhoeden, Zijne Majesteydt soude de voorsz. poincten, ende besonder nopende de rigoureuse ondersoeckinge ende straffe over de religie willen versoeten, daerinne thoonende de liefde ende affectie die hy tot zijne ondersaten, als een goedertieren Prince was draghende. Ende om t'selfde al naerder ende met meerder authoriteyt den voorsz. Coninck van Spaegnien te kennen te gheven ende te verthoonen hoe nootelick het was voor het lants welvaren, ende om t'selfde te houden in ruste, sulcke nieuwicheden af te doen ende het rigeur van de contraventie van den placcate, op de saken van der religien gemaeckt, te versoeten, ter begeerte van de voorsz. Gouvernante, Rade van State ende van de Staten Generael van alle de landen, als ghesanten zijn nae Spaengnien gheschikt gheweest den Marckgrave van Berghen ende den voorsz. heere van Montigni in stede van dewelcke ghehoor te gheven ende te versiene op de inconvenienten die men voorghehouden hadde (die mits het uutstal van daerinne in tijts te remedieren so den noot uut heyschte, alreede onder de gemeynte meest in alle de landen begonst waren hen t'openbaren) heeft, door opruyen van den voorsz. Spaenschen Raedt, de persoonen, de voorsz. remonstrantie ghedaen hebbende, doen verclaren rebel ende schuldig van het crym van lesae Majestatis ende alsoo strafbaer in lijf ende goet: hebbende daerenboven de voorsz. heeren ghesanten namaels (meynende de voorsz. landen deur 't gheweldt van den Hertogh van Alve gheheelick gebrocht te hebben onder zijn subjectie ende tyrannye) tegens alle gemeyne rechten, oock onder de wreetste ende tyrannichste Princen altijt onverbrekelick onderhouden, doen vanghen, dooden ende heure goeden confisqueren.

    Ende al wast alsoo dat meest de beroerte in dese voorsz. landen deur toedoen van de voorsz. regente ende heure adherenten in 't voorsz. jaer 1566 opghestaen, was gheslist, ende veele die de vryheyt des lants voorstonden, verjaeght, ende d'andere verdruct ende t'onder ghebrocht, soodat den Coninck egheen oorsake ter werelt meer en hadde, om de voorsz. landen met gewelt ende wapenen t'overvallen: nochtans om sulcken oorsake die den voorseyden Spaenschen Raet langhen tijdt ghesocht ende verwacht hadde (so opentlick de opgehouden ende gheintercipieerde brieven van den ambassadeur van Spaengien, Alana, in Vrankrijck wesende, aen de Herthoginne van Parma, doen ter tijt geschreven, dat uutwijsden) om te niet te mogen doen alle des landts privilegien, dat nae heuren wille by Spaengnaerden tyrannichlick te mogen gouverneren, als de Indien ende nieuwe geconquesteerde landen, heeft deur ingeven ende raedt van deselve Spaengnaerden (thoonende de cleyne affecktie die hy zijnen goeden ondersaten was toedraghende, contrarie van 't gene hy heur, als heur Prince, beschermer ende goede herder schuldigh was te doen) nae dese landen, om deselve t'overvallen, gheschickt met groote heyrcracht den Hertogh van Alva, vermaert van strafheyt ende crudelitett, een van de principale vyanden van deselve landen, verselschapt, om als Raden neffens hem te wesen, met persoonen van gelijcke natuere ende humeuren.

    Ende al wast so dat hy hier in de landen sonder slach oft stoot is gecomen ende met alle reverentie ende eere is ontfanghen van de arme inghesetene, die niet en verwachten dan alle goedertierenheyt ende clementie, ghelijck den Coninck hen dickwils met zijne brieven gheveynsdelick hadde toegheseyt: jae dat hy selfs van meyninge was te comen in persoone, om in als tot ghenoeghe van eenen yeghelicken ordre te stellen: hebbende oock ten tijden van het vertreck van den Hertoghe van Alve nae dese landen een vlote van schepen in Spaegnien, om hem te voeren, ende een in Zeelant om hem tegens te comen, tot grooten excessiven coste van den lande doen toereeden, om zijne voorsz. ondersaten t'abuseren ende te beter in 't net te brengen: heeft niettemin den voorsz. Hertoghe van Alve terstont na zijn comste, wesende een vreemdelinck, ende niet van den bloede van den voorsz. Coninc, verclaert gehadt commissie van den Coninck te hebben van opperste Capiteyn, ende corts daernaer van Gouverneur Generael van den lande, teghens de privilegien ende oude hercomen desselfs. Ende openbarende ghenoegh zijn voornemen, heeft terstont de principale steden ende sloten met volcke beset, casteelen ende sterckten in de principaelste ende machtichste steden, om die te houden in subjectie, opgherecht, de principaelste heeren, onder 't decksel van heuren raet van doen te hebben ende te willen employeren in den dienst van den lande, uut last van den Coninck vriendelick ontboden: die hem gehoor ghegheven hebben, doen vanghen, tegens de previlegien uut Brabant, daer se ghevanghen waren, ghevoert, voor hem selven (niet wesende heuren competenten rechter) doen betichten, ten lesten, sonder hen volkomelick te horen, ter doot veroordeelt ende openbaerlick en schandelick doen dooden: d'andere, beter kennisse van de gheveynstheyt der Spaengaerden hebbende, hun uuten lande houdende, verclaert verbeurt te hebben lijf ende goet, voor sulcks hun goet aenveerdt ende gheconfisqueert, omdat de voorsz. arme inghesetene hun niet en souden, t'ware met hare stercten oft Princen die heure vryheyt souden moghen voorstaen, connen oft mogen teghens 't Paus geweld behelpen, behalvens noch ontallicke andere edelmans ende treffelicke borghers, die hy soo om den hals ghebrocht als verjaeght heeft, om hunne goeden te confisqueren. De reste van de goede inghesetene, boven den overlast die zy in heur wijfs, kinderen ende goeden leden, deur gemeyne Spaensche soldaten t'heuren huyse in gharnisoen ligghende, travaillerende met sovele diversche schattinghe, so mits heur bedwinghende tot gheldinghe tot de bouwinghe van de nieuwe casteelen ende forticicatie van de steden tot heure eyghen verdruckinghe, als met opbrenghen van honderste, twintighste ende thiende penninghen, tot betalinghe van den crijghslieden, so by hen medegebracht, als die hy hier te lande oplichte, om t'employeren tegens heur mede landtsaten en degene die het lants vryheyt met perijckel van heuren lijve aventuerden voor te staene, opdat, de voorsz. ondersaten verarmt wesende, egeen middel ter werelt en soude overblijven om zijn voornemen te beletten ende d'instrucktie, hem in Spaegnien gegeven, van het lant te trackteren als van nieuws geconquesteert, te beter te volbrenghen. Tot welcken eynde hy oock begonst heeft in de principale plaetsen d'ordre van justitie nae de maniere van Spaegnien (dierecktelick teghens de previlegien van den lande) te veranderen, nieuwe Raden te stellen ende ten lesten wesende buyten alle vreese, soo hem dochte, eenen thienden penninck fortselick willen oprechten op de coopmanschappen ende handtwercken, tot gantsche verderfenisse van den lande, gheheelick op de voorsz. coopmanschap ende handtwerck staende, nietthegenstaende menichvuldighe remonstrantien, by elck landt in 't particulier, ende oock by allegader in 't generael hem ter contrarien ghedaen: hetwelck hy oock met ghewelt soude volbracht hebben, ten ware gheweest dat deur toedoen van mijnen heere den Prince van Orangien ende diversche edelmans ende andere goede ingheborene, by den voorsz. Hertogh van Alve uuten lande gebannen, Zijne Vorst[elijke] G[enade] volgende ende meest in haren dienst wesende, ende andere inghesetene, wel gheaffectioneerde tot de vryheyt van het voorsz. vaderlant, Hollant ende Zeelandt corts daernaer niet meest en hadde hem afghevallen ende hun begeven onder de bescherminghe van den voorsz. heere Prince, tegens dewelcke twee landen den voorsz. Hertoge van Alve duerende zijn gouvernement, ende daernaer den groten Commandeur (die naer den voorsz. Hertogh van Alve, niet om te verbeteren, maer om denselven voet van tyrannie by bedeckter middelen te vervolghen, den voorsz. Coninck van Spaegnien hier te lande gheschickt hadde) hebben d'andere landen, die zy met heure garnisoenen ende opgerechte casteelen hielden in de Spaensche subjectie, bedwongen om heure persoonen ende alle heure macht te ghebruycken om die te helpen t'onderbrenghen, dies niet meer deselve landen, die zy tot heure assistentie als vooren emploeyeerde, verschoonende, dan oft se heur selfs vyanden waren gheweest: latende de Spaengnaerden, onder 't decksel van ghemutineert te zijne, ten aensien van den grooten Commandeur in de stadt van Antwerpen gheweldichlick comen, daer ses weken lanck, tot laste van de burgheren, nae hunne discretie teeren ende daerenboven tot betalinghe van heure gheheyschte soldije, dieselve borgheren bedwinghende binnen middelen tijden (omme van het gheweldt van deselve Spaegnaerden ontslaghen te wesen) vier hondert duysent guldenen op te brengen, hebbende daernaer de voorsz. Spaensche soldaten, meerder stouticheydt ghebruyckende, hen vervoordert de wapenen openbaerlick teghens het landt aen te nemen, meynende eerst de stadt van Bruessele inne te nemen ende in stede van d'ordinarise residentie van den Prince van den lande, daer wesende, aldaer haren roofnest te houden, t'welk haer niet gheluckende, hebben de stadt van Aelst overweldigtt, daernaer de stadt van Maestricht ende de voorsz. stadt van Antwerpen gheweldichlick overvallen, ghesaccageert, gepilleert, ghemoort, gebrant en soo getrackteert, dat de tyrannichste ende crueelste vyanden van den lande niet meer oft arger en souden connen doen, tot onuutsprekelicke schade niet alleenlick van de arme ingesetene, maer oock van meest allen de natien van der werelt, die aldaer hadden haer coopmanschap ende ghelt. Ende niettegenstaende dat de voorsz. Spaegnaerden by den Rade van State (by denwelcken doen ter tijt mits de doot van den voorsz. grooten Commandeur te voren geschiet, het gouvernement van den lande was uut laste ende commissie van den voorsz. Coninc van Spaegnien aenveert) ten byzijne van Hieronomo de Rhoda, om heur overlast, fortse ende gewelt, 'twelck zy deden, verclaert ende ghecondicht waren voor vyanden van den lande, heeft denselven Rhoda uut zijne authoriteydt (oft, soo 't te presumeren is, uut krachte van seker secrete instrucktie die hy van Spaegnien hebben mochte) aenghenomen hooft te wesen van de voorsz. Spaegnaerden ende heure adherenten: ende (sonder aensien van den voorsz. Raet van Staten) te gebruycken den naem ende authoriteyt van den Coninck, te conterfeyten zijnen zegel, hem openbaerlick te dragen als gouverneur ende lieutenant van den Coninck, waerdeur de Staten zijn geoorsaeckt geweest ten selven tijde met mijnen voorsz. heere den Prince ende de Staten van Hollant ende Zeelant t'accorderen:

    welck accoort by den voorsz. Raede van State, als wettige gouverneurs van den lande, is gheapprobeert ende goetgevonden geweest, om gelijkerhant ende eendrachtelick de Spangnaerden, des ghemeynen landts vyanden, te moghen aenvechten ende uut den lande verdrijven, niet latende nochtans, als goede ondersaten, binnen middelen tijden by diversche ootmoedighe remonstrantien neffens den voorsz. Coninck van Spaegnien, met alder vlijt ende alle bequame middelen moghelick wesende, te vervolghen ende bidden, dat den Coninck ooge ende regardt nemende op de troublen ende inconvenienten, dier alrede in dese landen gheschiedt waren ende noch apparentelick stonden te gheschieden, soude willen de Spaegnaerden doen vertrecken uuten lande ende straffen degene die oorsake geweest hadden van het saccagheren ende bederven van zijne principale steden ende andere onuutsprekelicke overlasten die zijn arme ondersaten geleden hadden, tot een vertroostinge van degene dien t'overkomen was ende tot een exempel van andere:

    maer den Coninck, al was 't, dat hy met woorden hem gheliet of teghens zijnen danke en wille t'selfde gheschiet was ende dat hy van meyninghe was te straffen de hoofden daeraf ende voortane op de ruste van den lande met alle goedertierenheydt (als een Prince toebehoordt) te willen ordre stellen, heeft nochtans niet alleenlick egheen justitie oft straffe over deselve doen doen, maer ter contrarien ghenoegh met der daet blijckende, dat met zijnen consente ende voorgaenden Raede van Spaegnien al gheschiedt was, is by opghehouden brieven corts daernaer bevonden, dat aen Rhoda ende andre capiteynen (oorsake van 't voorsz. quaet) by den Coninck selve gheschreven wort, dat hy niet alleenlick heur feyt goet vont, maer heur daeraf prees ende beloefde te recompenseeren, besondere den voorsz. Rhoda, als hem gedaen hebbende eenen sonderlinghen dienst, ghelijck hy hem oock tot zijnder wedercoomste in Spagnien ende alle andere (zijne dienaers van de voorsz. tyrannie in des landen gheweest hebbende) metter daet heeft bewesen. Heeft oock ten selven tijde (meynende des te meer d'oogen van de ondersaten te verblinden) den Coninck in dese landen gesonden voor gouverneur zijnen bastaerdtbroeder Don Johan van Oistenrijck, als wesende van zijnen bloede, diewelcke onder 't decksel van goet te vinden ende t'approberen d'accord tot Gent gemackt, het toeseggen van de Staten voor te staene, de Spaengaerden te doen vertrecken ende d'auteurs van de ghewelden ende desordren in dese voorsz. landen gheschiedt te doen straffen ende ordre op de ghemeyne ruste van den lande ende heur oude vryheyd te stellen, sochte de voorsz. Staten te scheyden ende d'een landt voor, d'ander naer t'onder te brenghen, soo corts daernaer door de ghehenghenisse Gods (vyand van alle tyrannie) ondeckt is door opghehouden en gheintercipieerde brieven, daerby bleeck dat hy van den Coninck last hadde om hem te reguleren na de instructie ende het bescheet dat hem Roda soude gheven, tot meerder gheveynsthedt verbiedende, dat se malcanderen niet en souden sien oft spreken ende dat hy hem soude neffens de principaele heeren minlick draghen ende deselve winnen, totter tijt toe dat hy deur heure middel ende assistentie soude mogen Hollant ende Zeelandt in zijn gewelt crijgen, om dan voorts metten anderen te doen na zijnen wille. Gelijc oock Don Johan, niettegenstaende hy de pacificatie van Gent ende seker accoord, tussen hem ende de Staten van alle de landen doen gemaeckt, hadde solempnelick in presentie van alle de voorsz. Staten belooft ende gesworen t'onderhouden, contrarie van dien alle middelen sochte om de Duytsche soldaten, die doen ter tijdt alle de principaelste stercten ende steden hadden in bewaernissen, deur middel van hunne colonellen, die hy hadde tot zijnen wille ende devotie, met groote beloften te winnen ende so deselve stercten ende steden te krijghen in zijn gheweldt, ghelijck hy den meestendeel alreede ghewonnen hadde ende de plaetsen hiel voor hem toeghedaen, om deur dien middel deghene die hen t'soecken souden willen maken, om den voorsz. heer Prince ende die van Hollandt ende Zeelandt oorloge te helpen aendoen, feytelick daertoe te bedwinghen ende also een straffer ende crueelder inlandtsche oorloge te verwecken, dan oyt te vooren hadde geweest, twelk (gelijck 't ghene dat geveynsdelick ende teghens de meyninge uutwendichlick gehandelt wort, niet langhe en can bedeckt blijven) uutbrekende eer hy volcomelick zijne intentie geeffectueert hadde, heeft t'selve nae zijn voornemen niet connen volbrengen, maer nochtans een nieuwe oorloghe in stede van vrede (daer hy hem t'zijner koemste af vanteerde) verweckt, noch jeghenwoordelick duerende.



    Alle t'welck ons meer dan ghenoegh wettighe oorsake ghegeven heeft om den Coninck van Spaegnien te verlaten ende een ander machtigh ende goedertieren Prince, om de voorsz. landen te helpen beschermen en voor te staen, te versoecken, te meer dat in alsulcken desordre ende overlast de landen bat dan twintigh jaren van heuren Coning zijn verlaten geweest ende ghetrackteert niet als ondersaten, maer als vyanden, heur soeckende heur eyghen heer met cracht van wapenen t'onder te brengen, hebbende oock naer de aflijvicheydt van Don Johan deur den Baron van Selle, onder 't decksel van eenighe bequame middelen van accoorde voor te houdene, ghenoegh verclaert de Pacificatie van Gendt, die Don Johan uut zijnen naem besworen hadde, niet te willen advoyeren en alsoo daghelicks zwaerder conditien voorgheslaghen. Dien niettegenstaende hebben niet willen laten by schriftelijcke ende ootmoedighe remonstrantien, met intercessie van de principaelste Princen van Kerstenrijck sonder ophouden te versoecken met den voorsz. Coninck te reconcilieren ende accorderen, hebbende oock lestmael langhe tijdt onse Ghesanten ghehadt tot Colen, hopende aldaer, deur tusschenspreken van de Keyserlicke Majesteydt en de Keurvorsten die daer mede ghemoeyt waren, te verkrijghen eenen versekerden peys, met eenighe gracelicke vryheyt, besondere van der religie (de conscientie ende Godt principalic raeckende), maer hebben by experientie bevonden, dat wy met deselve remonstrantien ende handelinghen niet en consten yet van den Coninc verwerven, maer dat deselve handelingen ende communicatien alleenlick voorgheslaghen werden ende dienden om de landen onderlinghe twistich te maecken ende te doen scheyden d'een van den anderen, om des te gevoechelicker d'een voor ende d'ander naer t'onder brenghen ende heur eerste voornemen nu met alder rigeur teghens haer te werke te stellen: t'welck naederhant wel openbaerlick gebleken is by seker placcaet van proscriptien, by den Coninck laten uutgaen, by denwelcken wy ende alle de officiren ende ingesetene van de voorsz. geunieerde landen ende heure partye volgende (om ons tot meerder desperatie te brenghen, alomme odieus te makene, de trafficque ende handelinge te beletten) verclaert worden voor rebellen, en als sulcx verbeurt te hebben lijf ende goet, settende daerenboven op het lijf van den voorsz. heere Prince groote sommen van penninghen, soodat wy gantselick van alle middele van reconciliatie wanhopende ende oock van alle andere remedie ende secours verlaten wesende, hebben, volghende de wet der natueren, tot beschermenisse ende bewaernisse van onsen ende den andere landtsaten rechten, privilegien, oude hercomen ende vryheden van ons vaderlant, van het leven ende eere van onse huysvrouwen, kinderen ende nacomelingen, opdat se niet en souden vallen in de slavernye van de Spaegnaerden, verlatende met rechte den Coninc van Spaegnien, andere middelen bedwongen geweest voor te wenden, die wy tot onse meeste versekeringe ende bewaernisse van onse rechten, privilegien ende vryheden voorsz. hebben te rade gevonden.

    Doen te wetene, dat wy t'gene voorsz. overgemerckt ende door den uutersten noot, als voore gedrongen zijnde, by gemeynen accoorde, deliberatie ende overdrage, den Coninc van Spaegnien verclaert hebben ende verclaren mits desen, ipso jure, vervallen van zijne heerschapye, gerechticheyt ende erffenisse van de voorsz. landen ende voortaene van egeene meyninghe te zijne denselven te kennen in eenige saken, den Prince, zijne hoocheyt, jurisdictie ende domeynen van dese voorsz. landen raeckende, zijnen naem als overheer meer te gebruycken oft by yemanden toelaten gebruyckt te worden, verclarende oock dien volghende alle officiers, justiciers, smale heeren, vassalen ende alle andere ingesetene van den voorsz. lande, van wat conditie oft qualiteyt die zijn, voortane ontslagen van den eede die zy den Coninck van Spaegnien, als heere van dese voorsz. landen gheweest hebbende, moghen eenichsins ghedaen hebben oft in hem ghehouden wesen.

    Ende gemerckt uut oorsaken voorsz. den meestendeel van de geunieerde landen, by gemeynen accoorde ende consente van heure leden, hebben hun begheven ghehadt onder de heerschappye ende gouvernemente van den Doorluchtighen Prince den Hertogh van Anjou op seker conditien ende poincten, met Zijne Hoogheyt aenghegaen ende ghesloten, dat oock de Doorluchticheyt van den Eertzhertogh Matthias het gouvernement generael van den lande in onse handen heeft geresigneert ende by ons is geaccepteert gheweest, ordonneren ende bevelen allen justiciers, officiers ende andere die t'selfde eenichsins aengaen ende raken mag, dat zy voortaene den naem, titele, groote ende cleyne zeghelen, contre-zeghelen ende cachetten van den Coninck van Spaegnien verlaten ende niet meer en gebruycken en dat in plaetse van dien, soo langhe de Hoocheydt van den voorsz. Hertogh van Anjou, om noodelicke affairen, het welvaren van dese voorsz. landen rakende, noch van hier absent is (voor so vele den landen met de Hoogheyt van den voorsz. Hertogh van Anjou gecontrackteert hebbende aengaet) ende andersins d'andere by maniere van voorraet ende provisie sullen aennemen ende ghebruycken den tytele ende naem van 't hooft ende landtraet, en middelertijdt dat t'selve hooft ende Raeden volcomelik ende dadelick ghenoemt, beschreven ende in oeffeninghe van hennen staet ghetreden sullen zijn, onsen voorsz. name.

    Welverstaende dat men in Hollandt ende Zeelant sal ghebruycken den naem van hoogh geboren Vorst den Prince van Oraengien ende de Staeten van deselven landen, totter tijt toe den voorsz. landtraedt datelick sal inghestelt wesen, en sullen hun alsdan reguleren achtervolghende de consenten, by hun-lieden, op de instrucktie van den lantraet ende contrackt, met Zijne Hoogheyt aengegaen, ende in plaetse van des voorsz. Conincks zeghelen, men voortaene gebruycken sal onsen grooten zeghel, contre-zeghel ende cachetten in saecken, raeckende de ghemeyne regeringhe, daertoe den landtraedt volghende heure instructie sal gheauthoriseert wesen: maer in saecken, raeckende politie, administratie van juistitie ende andere particuliere, in elck lant besondere, sal gebruyckt worden by de Provinciale ende andere Raden den naem ende titele ende zeghel van den lande respectivelick, daer t'selfde valt te doene, sonder ander, al op de pene van nulliteyt van de brieven, bescheeden oft depeschen, die contrarie van t'gene voorsz. is, ghedaen oft gheseghelt zullen wesen. Ende tot beter ende sekerder volcominghe ende effectuatie van t'gene voorsz. is, hebben gheordonneert ende bevolen, ordonneren ende bevelen mits desen, dat alle des Conincks van Spaegnien zeghelen, in dese voorsz. geunieerde landen wesende, terstont nae de publicatie van desen, ghebrocht sullen moeten worden in handen van de Staten van elcke van de voorsz. landen respecktivelick oft denghenen, die daertoe by deselve Staten specialick sullen wesen ghecommitteert ende geauthoriseert, op pene van arbitrale correcktie. Ordoneren ende bevelen daerenboven, dat voortaene in egeenderhande munte van de voorsz. gheunieerde landen sal gheslaghen worden den naem, titele ofte wapenen van den voorsz. Coninck van Spaegnien, maer alsulcken slagh ende forme als gheordonneert sal worden tot eenen nieuwen gouden ende silveren penninck met zijne ghedeelten. Ordoneren ende bevelen insghelijcks den president ende andere heeren van den Secreeten Raede, mitsgaders alle andere cantselers, presidenten ende heeren van den Raeden provinciael ende alle die presidenten oft eerste rekenmeesters ende andere van allen de rekenkameren, in de voorsz. landen respecktive wesende, ende alle andere officiers ende justiciers, dat zy (als heur voortaene ontslagen houdende van den eedt, die zy den Coninc van Spaegnien hebben respectivelic naer luyt heurer commissien gedaen) schuldich ende gehouden sullen wesen in handen van den Staten 's lants, daeronder zy respective resorteren, oft heur speciale gecommitteerde te doen eenen nieuwen eedt, daermede zy ons sweeren ghetrouwicheydt teghens den Coninck van Spaegnien ende allen zijne aenhanghers, al naervolghende het formulair, daerop by de Generale Staten gheraempt.

    Ende sal men de voorsz. raeden, justiciers ende officiers, geseten onder de landen (met de Hoocheydt van den Hertogh van Anjou ghecontrackteerdt hebbende, van onsent wegen) gheven ackte van continuatie in hunne offitien, ende dat by maniere van provisie, totter aencompste toe van zijne voorsz. Hoogheyt, in plaetse van nieuwe commissien, inhoudende cassatie van heure voorgaende, ende voorsz. raeden, justiciers ende officiers, gheseten in den landen, met zijne voorseyde Hoogheyt niet ghecontrackteert hebbende, nieuwe commissien onder onsen naem ende zeghel, ten ware nochtans dat d'impetranten van heure voorsz. eerste commissien wedersproken ende achterhaelt werden van contraventie der previlegien des landts, onbehoorlickheyt oft ander diergelijcke saecken.

    Ontbieden voorts den president ende luyden van den Secreten Raede, cancelier van den Hertoghdomme van Brabandt, mitsgaders den cantseler van den Furstendomme Gelre ende Graeffschap Zutphen, (president ende luyden van den Raede in Vlaenderen), president ende luyden van den Raede in Hollant, rentmeesteren oft de hooghe officieren van Beoist- ende Bewesterschelt van Zeelant, president ende Raede in Vrieslant, den schoutet van Mechelen, president ende luyden van den Raede van Utrecht ende allen anderen iusticieren ende officieren wien dat aengaen mach, heuren stedehouderen ende eenen yeghelicken van henlieden besondere, soo hem toebehooren sal, dat zy dese onse ordonnantie condighen ende uutroepen over alle den bedrijve van heure jurisdictie ende daer men is gewoonlick publicatie ende uutroepinge te doene, sodat niemant des cause van ignorantie pretenderen en mach, ende deselve ordonnantie doen onderhouden ende achtervolghen onverbrekelick ende sonder infracktie, daertoe rigoreuselick bedwinghende die overtreders in der manieren voorsz. sonder verdrach oft dissimulatie: want wy tot welvaren van den lande also hebben bevonden te behooren. Ende van des te doene ende wes daeraen cleeft, gheven wy u ende elcken van u die 't aengaen mach, volcomen macht, authoriteydt ende sonderlingh bevel. Des t'oorconde hebben wy onsen zegel hieraen doen hanghen.

    Ghegheven in onse vergaderinghe in 's Gravenhaghe, den sessentwintichsten Julij MDLXXXI. Op de plijcke stont gheschreven: Ter ordonnantie van de voornoemde Staten.
    Ende ghetekent, J. van Asseliers.


    Bron:

    Wikisource
    Engelfriet.net


    Den vaderlant ghetrouwe


    I don't do classifications

  2. #2
    Veteran Member The Lawspeaker's Avatar
    Join Date
    Feb 2009
    Last Online
    Today @ 02:07 AM
    Location
    Between forests and marshes
    Meta-Ethnicity
    Celto-Germanic
    Ethnicity
    Dutch
    Ancestry
    Brabant, Holland, Guelders and some Hainaut.
    Country
    Netherlands
    Region
    Utrecht
    Politics
    National conservatism and Romantic nationalism
    Religion
    Cultural Catholic
    Relationship Status
    Engaged
    Age
    36
    Gender
    Posts
    45,232
    Blog Entries
    2
    Thumbs Up/Down
    Received: 8,892/1,615
    Given: 18,562/3,127

    0 Not allowed! Not allowed!

    Default

    Integrale vertaling naar modern Nederlands.

    De leden van de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlan*den groeten allen, die dit zullen zien of horen voorlezen, en la*ten weten:

    Het is aan ieder bekend dat een vorst, als dienaar van God, ge*acht wordt zijn onderdanen te beschermen tegen alle onrecht, overlast en geweld, zoals een herder zijn schapen beschermt. De onderdanen zijn niet door God geschapen om de vorst in alles wat hij beveelt onderdanig te zijn en hem als slaven te die*nen. De vorst regeert bij de gratie van zijn onderdanen en moet met recht en reden over hen regeren, hen beschermen en lief*hebben zoals een vader zijn kinderen liefheeft en zoals een her*der met hart en ziel zijn schapen beschermt. Als een vorst zijn plichten niet nakomt, maar, in plaats van zijn onderdanen te beschermen, hen probeert te onderdrukken als slaven, dan is hij geen vorst, maar een tiran. In dat geval mogen zijn onderda*nen, na beraadslaging in de Staten-Generaal, hem afzweren en een andere leider kiezen.
    Dit recht hebben zij te meer als ze hun vorst niet met vreedzame middelen van zijn tirannieke nei*gingen hebben kunnen genezen. In dat geval hebben ze geen andere middelen om hun natuurlijke vrijheid, waarvoor men zich met hart en ziel dient in te zetten, veilig te stellen. Daar* van zijn diverse voorbeelden bekend uit andere landen en andere tijden.
    In het bijzonder in ons land moeten onderdanen hun eigen vrijheid veiligstellen, aangezien zij hier altijd geregeerd zijn krach*tens de eed die door de vorst bij zijn intrede wordt gezworen. De vorst wordt ook beëdigd onder de voorwaarde dat hij uit zijn ambt wordt ontheven in geval van schending van de eed.

    De koning van Spanje heeft na het overlijden van keizer Karel V de Nederlanden geërfd. Hij heeft zich niets aangetrokken van de diensten, die hem door ons zijn bewezen. poor deze diensten heeft hij zeer loffelijke overwinningen op zijn vijand behaald, die hem in de hele wereld een grote naam hebben bezorgd. Hij heeft eveneens de vermaningen van de keizer in de wind geslagen en heeft daarentegen gehoor gegeven aan het bevel van de Spaanse Raad.

    Deze Raad had niet de macht om over deze landen te regeren, zoals over de koninkrijken Napels, Sicilië en andere, die onder gezag van de koning staan; maar aangezien de meeste leden van deze Raad de rijkdom en macht van ons land kenden, stonden ze afgunstig tegenover ons en hebben ze de macht naar zich toege*trokken. De Spaanse Raad (of enkele van de belangrijkste leden) heeft de koning verscheidene malen voor ogen gehouden dat het voor zijn reputatie en waardigheid beter is ons land te veroveren, ten einde als absoluut vorst te kunnen regeren, hetgeen betekent: onderdrukken.
    Dat zou, volgens de Spaanse Raad, beter zijn dan te moeten regeren met de beperkingen die hij zich op grond van zijn eed moest opleggen. De koning heeft het bevel van de Spaanse Raad opgevolgd en heeft ons land beroofd van de onaf*hankelijkheid en overgeleverd aan de slavernij, onder het gezag van de Spanjaarden.

    De koning heeft eerst, zogenaamd om de Hervorming terug te dringen, in de belangrijkste en machtigste steden nieuwe biss*choppen willen aanstellen; hij heeft hun de rijkste abdijen willen schenken en negen kanunniken aan hen willen toevoegen, die deel zouden uitmaken van zijn Raad en van wie er drie belast zouden worden met de inquisitie. Door deze incorporatie zouden de bisschoppen, die zowel buitenlanders als Nederlanders moch*ten zijn, de belangrijkste zetels hebben ingenomen in de Staten-*Generaal. Bovendien zouden ze geheel en al de koning hebben gehoorzaamd en gediend.

    De Spaanse inquisitie is hier, zoals iedereen weet, altijd een verschrikking geweest. Vandaar dat de keizer deze destijds op ons verzoek heeft afgeschaft, waaruit blijkt dat hij zijn onderdanen liefhad. Diverse remonstranties, die door afzonderlijke steden en provinciën, alsook door enkele vooraanstaande heren, namelijk Montigny en Egmond (die door de hertogin van Parma, destijds regentes, op aanraden van de Raad van State en de Staten-Generaal diverse keren naar Spanje werden gezonden) mondeling werden ingediend, hebben niets geholpen.
    Hoewel de koning van Spanje zelf goede hoop had ge*geven dat hij hun verzoeken zou inwilligen, heeft hij kort daarna via brieven de bisschoppen bevolen de bisdommen en abdijen in bezit te nemen, de inquisitie in te stellen en de ordonnantie van het Concilie van Trente op te volgen. Deze ordonnantie is in vele opzichten strijdig met de privileges van dit land.

    Toen dit alles het volk ter ore kwam, ontstond er grote beroering en nam de genegenheid af die men als goede onderdanen steeds gevoeld had voor de Spaanse koning en diens voorgangers. Dit was in het bijzonder het gevolg van het feit dat hij niet alleen de bevolking onderdrukte, maar zich bovendien schuldig maakte aan geloofs*vervolging. Terwijl het volk juist altijd heeft gemeend dat men zich in dezen slechts tegenover God behoeft te verantwoorden.

    Uit mededogen met het volk hebben de meest vooraanstaande edelen in 1566 een remonstrantie aangeboden, waarin zij de koning verzoeken om een gematigder optreden, in het bijzonder ten aanzien van de geloofsvervolging, ten einde een opstand van het volk te voorkomen. De edelen hoopten dat hij op die ma*nier als een goedertieren vorst de liefde en genegenheid voor zijn onderdanen zou tonen. Ten einde de koning duidelijk te maken hoe noodzakelijk het was voor ons welzijn en de rust in het land om dergelijke maatregelen achterwege te laten en de geloofsvervolging af te zwakken, hebben de hertogin van Parma, de Raad van State en de Staten-Generaal twee gezanten naar Spanje afgevaardigd, namelijk de markies van Bergen en de baron van Montigny. In plaats van gehoor te geven aan het pro*test en de nood te lenigen heeft de koning, daartoe opgeruid door de Spaanse Raad, de personen die de remonstrantie hebben ingediend, beschuldigd van majesteitsschennis. Bovendien heeft hij - in de veronderstelling verkerend dat hij ons land door de macht van Alva geheel en al had onderworpen - de genoemde gezanten gevangen genomen, gedood en hun bezittingen onteigend. Dit alles druist in tegen de rechten die zelfs door de meest wrede en tirannieke vorsten worden geëerbiedigd.

    De beroering die in ons land was ontstaan, was door toedoen van de genoemde regenten en hun aanhang in 1566 gesust. Velen, die zich hadden ingezet voor de onafhankelijkheid van dit land, zijn toen verjaagd of omgebracht. De koning had derhalve geen enkele reden om ons land aan te vallen. Toch wilde hij alle privileges van het land vernietigen en streefde hij ernaar als een tiran te kunnen heersen over dit land, zoals hij ook doet in Indië en in andere landen die hij onlangs heeft veroverd. Daarom ook heeft hij de hertog van Alva met een groot leger naar hier gestuurd.

    Deze Alva is berucht wegens zijn wreedheid en is een van de grootste vij*anden van dit land. Bij zijn komst werd hij vergezeld door een aantal gelijkgezinden die als adviseurs moesten dienen. Uit dit alles blijkt dat de koning weinig genegenheid voelt voor zijn goe*de onderdanen en handelt in strijd met de verplichtingen die hij als vorst, beschermer en herder dient na te komen. Al is hij hier eervol ontvangen door de arme inwoners, die van hem niets dan goedertierenheid verwachtten, zoals de koning dikwijls in zijn brieven had geveinsd; al had de koning de bedoe*ling om tot ieders genoegen in alles orde op zaken te stellen; ook al was er bij het vertrek van de hertog van Alva uit Spanje een vloot in gereedheid gebracht om hem uit te leiden en een in Zee*land om hem te verwelkomen (wat het land veel geld heeft ge*kost), ten einde de onderdanen te misleiden.
    Toch heeft de her*tog, die een vreemdeling is en niet van koninklijken bloede, ter*stond na zijn komst verklaard dat de koning hem benoemd had tot bevelhebber en landvoogd, hetgeen tegen de privileges en tra*dities indruist. Hij heeft zijn voornemens voldoende duidelijk gemaakt door terstond de belangrijkste steden en burchten te be*zetten. Hij heeft kastelen en vestingen in de belangrijkste en machtigste steden gebouwd, ten einde deze steden in bedwang te houden. Hij heeft de meest vooraanstaande heren op last van de koning ontboden, onder het mom dat hij, in het belang van ons land, hun advies wilde inwinnen.
    Degenen die aan zijn oproep gehoor gaven, heeft hij gevangen genomen en uit Brabant, waar zij gevangen zaten, weggevoerd. Hij heeft hen in staat van beschuldiging gesteld, hoewel hij niet de bevoegdheid had hen te berechten. Tenslotte heeft hij hen ter dood veroordeeld en in het openbaar terechtgesteld, zonder hen volledig te horen. De andere, (Stadhouder Willem van Oranje) die beter op de hoogte was van de schijnheiligheid van de Spanjaarden, hield zich buiten het land. Zijn bezittingen zijn in beslag genomen en hijzelf is vogelvrij verklaard.
    Dit deed Alva ten einde te voorkomen dat de arme inwoners, al dan niet met behulp van vorsten die de onafhankelijkheid van dit land voor*staan, tegen het Spaanse gezag in opstand komen.
    Hij heeft nog talloze andere edelen en vooraanstaande burgers om het leven gebracht of verjaagd met het doel beslag te kunnen leggen op hun goederen.

    Aan vrouwen en kinderen wordt veel overlast bezorgd door Spaanse soldaten die in hun huizen in garnizoen liggen. De inwoners worden gedwongen tot het betalen van allerlei belas*tingen. Ze worden gedwongen nieuwe kastelen te bouwen en de steden te voorzien van vestingwerken, die dienen voor hun eigen onderdrukking. Men wordt gekweld doordat men de honderdste, twintigste en tiende penningen moet opbrengen, waarmee de sol*daten worden betaald. Deze soldaten zijn zowel Spanjaarden als mensen die hij uit ons volk heeft gerekruteerd.

    Alva zet hen in te*gen hun landgenoten en tegen degenen die met gevaar voor eigen leven de onafhankelijkheid van het land verdedigen. Dit alles deed hij om ervoor te zorgen dat de onderdanen geen enkel mid*del overbleef om zijn plannen te dwarsbomen, zodat hij de op*dracht die hij in Spanje had gekregen, namelijk het land te behan*delen als veroverd gebied, des te beter kon uitvoeren.
    Hij heeft ook in de belangrijkste plaatsen de rechtsorde aangepast aan de Spaanse gewoonten en daarmee de privileges van dit land geschonden. Hij heeft nieuwe raden in het leven geroepen en ten*slotte de tiende penning ingesteld voor de handel en nijverheid, waarmee hij ons land, dat volledig op handel en nijverheid is aan*gewezen, naar de ondergang heeft gevoerd. Dit alles heeft hij ge*daan ondanks de talloze remonstranties die door elk gewest af*zonderlijk en door het land als geheel bij hem zijn ingediend.

    Alva zou deze maatregel ook met geweld hebben doorgevoerd, ware het niet dat Holland en Zeeland door toedoen van de Prins van Oranje, diverse edelen en andere rechtschapen inwoners, zich onmiddellijk tegen hem hadden gekeerd en zich aan de zijde van de prins hadden geschaard.

    Later heeft de Spaanse koning landvoogd Requesens naar deze landen gestuurd om de tirannie van Alva met bedekte middelen voort te zetten. Alva en Reque*sens hebben getracht Holland en Zeeland te onderwerpen door de andere provinciën, die ze reeds in hun macht hadden, daarbij in te schakelen.

    Requesens heeft, onder het mom van muiterij tegen zijn persoon, Spaanse soldaten in Antwerpen gelegerd. Zij hebben daar zes we*ken op kosten van de burgerij geleefd en Requesens heeft de be*volking gedwongen de door hem geëiste soldij, in totaal vierhon*derdduizend gulden bedragende, op te brengen, ten einde verlost te worden van het Spaanse geweld. Daarna heeft hij deze soldaten opgedragen verder ten strijde te trekken. Hij wilde eerst Brussel innemen om vanuit de residentie van de prins te kunnen opere*ren. Toen het leger daar niet in slaagde, heeft hij de stad Aalst en vervolgens Maastricht overmeesterd. Daarna hebben de solda*ten Antwerpen overvallen en geplunderd, ze hebben er moorden gepleegd en brand gesticht. De meest tirannieke en wrede vijanden van het land zouden het niet erger hebben kunnen doen. Ze hebben niet alleen enorme schade toegebracht aan de arme be*volking, maar ook aan alle naties die in Antwerpen handelsbelan*gen hadden.

    Na de dood van Requesens heeft de Raad van State op last van de Spaanse koning het bestuur over dit land aanvaard. Deze Raad heeft in het bijzijn van Jeronimo de Roda de Spanjaarden tot vijanden van het land verklaard. Niettemin is deze Roda, krach*tens zijn autoriteit of krachtens een geheime instructie uit Span*je, aanvoerder geworden van de Spanjaarden. Buiten de Raad van State om beroept hij zich op de naam en het gezag van de koning, vervalst hij diens zegel en gedraagt hij zich in het openbaar als landvoogd en plaatsvervanger van de koning. Dit vormde voor de Staten de reden om met de Prins en de Staten van Holland en Zeeland een verbond te sluiten ten einde de Spaanse vijand eens*gezind te bestrijden en te verdrijven. Dit verbond is door de Raad van State goedgekeurd.

    De Staten hebben, als goede onderdanen, na diverse nederige remonstranties, de Spaanse koning verzocht het onheil dat reeds geschied was en nog stond te geschieden, onder ogen te zien. Ook is hem gesmeekt de Spanjaarden uit ons land te laten vertrekken en degenen te straffen die de ondergang van de belangrijkste steden hadden bewerkstelligd en andere vor*men van groot overlast hadden veroorzaakt. Dit is hem verzocht als troost voor hen die geleden hebben en als voorbeeld voor an*deren. De koning reageerde door te stellen dat dit alles tegen zijn wil was geschied, dat hij zou straffen met de dood en de rust in het land zou herstellen, zoals dat een goedertieren vorst betaamt. Hij heeft nochtans geen recht gesproken of straffen opgelegd. Integendeel, alles bleek te zijn geschied met toestemming van de koning en de Spaanse Raad. Uit onderschepte brieven is geble*ken dat de koning aan Roda en anderen geschreven heeft dat hij niet alleen hun daden goedkeurde, maar hen prees en beloofde hen te zullen belonen. In het bijzonder Roda werd geprezen om zijn bijzondere diensten, hetgeen de koning hem en zijn dienaren duidelijk heeft doen blijken.

    In dezelfde tijd heeft de koning zijn bastaardbroer don Juan van Oostenrijk naar ons land gestuurd als ware hij van zijn bloede.

    Dit heeft hij ge*daan om de ogen van de onderdanen nog meer te verblinden. Deze don Juan van Oostenrijk wendde voor de Pacificatie van Gent goed te keu*ren, de bevoegdheden van de Staten te respecteren, de Spanjaar*den te doen vertrekken, de aanstichters van het geweld te straffen en de rust en onafhankelijkheid te herstellen. In werkelijkheid probeerde hij de Staten te ontbinden en het ene gewest na het andere te onderwerpen. Dit is kort daarna, door de kracht van God, die alle tirannie haat, ontdekt door middel van onder*schepte brieven, waaruit bleek dat hij van de koning opdracht had gekregen de orders van Roda op te volgen. Om alle schijn van samenspanning te vermijden werd hem elk contact met Roda ver*boden.
    Hij kreeg voorts de opdracht zich vreedzaam te gedragen tegenover de vooraanstaande edelen en hen voor zich te winnen. Dit moest hij blijven doen tot hij Holland en Zeeland in zijn macht had, om vervolgens met de andere gewesten te kunnen doen wat hij wilde.

    Don Juan van Oostenrijk had tegenover de Staten gezworen de Pacificatie van Gent en het Eeuwig Edict te eerbiedigen. Niet*temin heeft hij met alle middelen geprobeerd de Nederlandse sol*daten, die destijds de belangrijkste vestingen en steden bezet had*den, met grote beloften voor zich te winnen, ten einde deze te kunnen veroveren. Op die manier had hij de meeste soldaten al voor zich gewonnen en het grootste deel van de steden in zijn macht gekregen.
    Aldus probeerde hij degenen die zich zouden willen onttrekken aan de oorlog tegen de Prins en de gewesten Holland en Zeeland, te dwingen de wapens op te nemen. Dit alles zou een burgeroorlog tot gevolg hebben, wreder dan welke oorlog dan ook. Deze oorlog brak uit vóór hij zijn voornemens had uit*gevoerd.
    Aangezien deze oorlog niet het door hem beoogde resul*taat had, is hij een nieuwe oorlog begonnen, die nog steeds voort*duurt. Dit alles is geschied ondanks het feit dat hij bij zijn komst de mond vol had van vrede.

    Het voorafgaande heeft ons afdoende wettige aanleiding gegeven om de Koning van Spanje af te zweren en een andere machtige en goedertieren vorst te ontbieden om ons land te beschermen. Ons land heeft al meer dan twintig jaar in chaos verkeerd en is door zijn koning in de steek gelaten. We zijn niet behandeld als onder*danen, maar als vijanden, die proberen hun eigen vorst op geweld*dadige wijze ten val te brengen.

    Na het overlijden van don Juan van Oostenrijk heeft de baron van Selles dui*delijk verklaard de Pacificatie van Gent, die don Juan van Oostenrijk gezworen had, niet te willen erkennen. Hij heeft dan ook voortdurend strengere eisen voorgesteld. Steeds hebben we door middel van remonstranties en met tussenkomst van de belangrijkste vorsten uit de christenheid geprobeerd tot een overeenkomst met de ko*ning te komen.

    Onlangs zijn onze gezanten bijeen geweest in Keu*len, in de hoop door bemiddeling van de keizer en de keurvorsten de vrede en enige vrijheid, met name op religieus gebied, te be*werkstelligen. De ervaring heeft ons geleerd dat we met remon*stranties en onderhandelingen bij de koning niets kunnen berei*ken, aangezien deze slechts misbruikt worden om tweedracht in het land te zaaien. Door deze tweedracht kan hij des te gemak*kelijker ons land onderwerpen en met de grootst mogelijke agres*sie zijn voornemens uitvoeren.

    Later is zijn agressieve houding wel gebleken uit de banvloek die de koning heeft uitgesproken, waarin hij ons en alle inwoners die zich inzetten voor de Verenig*de Nederlanden voor rebellen verklaart. Daardoor hebben wij ons leven en onze goederen verbeurd. Op het leven van de prins heeft hij bovendien een grote som geld gezet. Dit alles heeft als doel om ons tot wanhoop te drijven en alom gehaat te maken en ten*slotte de handel lam te leggen.

    Wij hebben dan ook de hoop op verzoening volledig opgegeven en zijn verder van elke hulp verstoken. Noodgedwongen hebben we andere middelen gehanteerd om de rechten, privileges, tradities en vrijheden van het vaderland te beschermen. Dit was noodzake*lijk om het leven en de eer van vrouwen, kinderen en nageslacht veilig te stellen en om te voorkomen dat ze slaven zouden worden van de Spanjaarden. We hebben dan ook met recht de Spaanse koning afgezworen.

    Op grond van de voorafgaande overwegingen en door de nood ge*dwongen zijn we overeengekomen de koning van Spanje krach*tens het recht vervallen te verklaren van zijn rechten ten aanzien van ons land. Van nu af aan zullen we hem niet meer moeien in kwesties betreffende deze landen. Ook zullen wij zijn titel als vorst niet meer gebruiken of toestaan dat iemand deze gebruikt. We hebben dienovereenkomstig de ambtenaren, rechters, am*bachtsheren, leenmannen en alle andere inwoners van dit land ontslagen van de eed die zij aan de koning van Spanje hebben ge*zworen.

    De meeste gewesten in dit land hebben het gezag geaccepteerd van de hertog van Anjou; aartshertog Matthias heeft de landvoogdij neergelegd, hetgeen door ons is aanvaard. We eisen dan ook dat niemand voortaan de naam, de titel en het zegel van de Spaanse koning meer zal gebruiken. Tevens hebben we aan alle landen opgedragen om de titel en naam van de landsheer en de Landraad te voeren, zolang de hertog van Anjou nog niet is gearriveerd. Tot het moment dat de landsheer en de Landraad in functie zijn, dienen zij onze naam te voeren. In Holland en Zeeland zal men ressorteren onder de prins van Oranje en de Sta*ten van Holland en Zeeland tot de tijd dat de Landraad zal zijn ingesteld. Daarna zullen ze zich voegen naar de orders van de Landraad en de hertog van Anjou.

    Men zal in aangelegenheden betreffende de landsregering - waar*mee de Landraad zal worden belast - niet meer het zegel van de Spaanse koning gebruiken. In zaken die het gewestelijk bestuur raken zal door de gewestelijke en andere raden de naam en het zegel van het betreffende gewest worden gebruikt. Alle brieven en bescheiden die niet aan deze voorwaarden voldoen, zullen nietig verklaard worden. Ten einde dit alles beter te kunnen rea*liseren, bevelen we dat heden alle zegels van de koning van Spanje ingeleverd worden bij de Staten of bij degenen die door de Sta*ten daarmee zijn belast, op straffe van arbitrale correctie.
    Wij be*velen bovendien dat in geen enkele munt de naam, de titel of het wapen van de koning van Spanje geslagen zal worden. Alleen de muntslag en de vorm, die door ons vastgesteld zullen worden voor een nieuwe gouden en zilveren penning, mogen worden toegepast.

    Voorts bevelen wij alle bestuurders in dit land zich te beschou*wen als omslagen van de eed die zij de Spaanse koning hebben gezworen. Voortaan zijn zij slechts verantwoording verschuldigd aan de Staten of verplicht een nieuwe eed te zweren aan hun spe*ciale gevolmachtigde. Daarmee zweren zij ons trouw tegen de Spaanse koning en zijn aanhangers, overeenkomstig de verklaring die is opgesteld door de Staten-Generaal. De bestuurders van de gewesten die met de komst van de hertog van Anjou hebben in*gestemd, zullen tot de komst van de hertog in hun ambt worden gehandhaafd. De bestuurders van de gewesten die de hertog niet accepteren, zullen uit hun ambt worden ontheven. Er zal worden nagegaan of hun opvolgers de privileges van het land hebben ge*schonden dan wel zich aan onbetamelijk gedrag hebben schuldig gemaakt.

    Aan alle bewindvoerders en hun plaatsvervangers verzoeken we dringend deze ordonnantie in hun gehele rechtsgebied af te kon*digen, zodat niemand kan voorwenden niet op de hoogte te zijn. We dringen erop aan deze ordonnantie volledig te doen navolgen en de overtreders onverwijld te straffen; immers, dit alles hebben wij gedaan in het belang van het land. Aan alle betrokkenen ge*ven we de bevoegdheid en de opdracht om bestraffend op te tre*den.

    Aan deze oorkonde hebben wij ons zegel bevestigd.

    Aangeboden in onze vergadering te 's-Gravenhage, 26 juli 1581, ter ordonnan*tie van de Staten.

    Was getekend, J. van Asseliers


    Den vaderlant ghetrouwe


    I don't do classifications

  3. #3
    Veteran Member The Lawspeaker's Avatar
    Join Date
    Feb 2009
    Last Online
    Today @ 02:07 AM
    Location
    Between forests and marshes
    Meta-Ethnicity
    Celto-Germanic
    Ethnicity
    Dutch
    Ancestry
    Brabant, Holland, Guelders and some Hainaut.
    Country
    Netherlands
    Region
    Utrecht
    Politics
    National conservatism and Romantic nationalism
    Religion
    Cultural Catholic
    Relationship Status
    Engaged
    Age
    36
    Gender
    Posts
    45,232
    Blog Entries
    2
    Thumbs Up/Down
    Received: 8,892/1,615
    Given: 18,562/3,127

    0 Not allowed! Not allowed!

    Default

    Ik heb hier nog een document (ter vergelijking) aan toe te voegen:




    De Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring (4 juli 1776)


    Unanieme verklaring van de dertien Verenigde Staten van Amerika


    Wanneer in de loop der gebeurtenissen een volk zich genoodzaakt ziet de politieke banden die het met een ander verbindt, te verbreken en onder de machten der aarde de aparte en gelijkwaardige plaats in te nemen waartoe het gerechtigd is krachtens de wetten van de natuur en de god van de natuur, vereist een gepast respect voor de meningen der mensen dat het de oorzaken bekend maakt die het tot de scheiding hebben gedwongen.

    Wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen als gelijken worden geschapen, dat zij door hun schepper met zekere onvervreemdbare rechten zijn begiftigd, dat zich daaronder bevinden het leven, de vrijheid en het nastreven van geluk.
    Dat, teneinde deze rechten te garanderen, regeringen onder de mensen worden ingesteld, die hun rechtmatige bevoegdheden ontlenen aan de instemming der geregeerden; dat, telkens wanneer enige regeringsvorm met deze doeleinden in strijd komt, het volk het recht heeft hem te veranderen of teniet te doen en een nieuwe regering in te stellen, haar grondslag vestigend op beginselen en haar bevoegdheden organiserend in een vorm die hun het meest geschikt lijken om hun veiligheid en hun geluk te bewerkstelligen. De wijsheid gebiedt weliswaar sinds lang gevestigde regeringen niet te wijzigen om onbeduidende en voorbijgaande redenen; de ervaring leert inderdaad dat mensen eerder bereid zijn te lijden zolang dat lijden draaglijk is dan zichzelf recht te doen door de vormen af te schaffen waaraan zij gewend zijn. Maar wanneer een lange reeks van misbruiken en machtsoverschrijdingen, onveranderlijk gericht op hetzelfde doel, duidelijk wijst op de intentie hen onder volstrekte dwingelandij te brengen, is het hun recht, ja zelfs hun plicht, zo'n regering omver te werpen en te zorgen voor nieuwe waarborgen voor hun toekomstige veiligheid. — dat is het pijnlijk lot geweest van deze koloniën en dat is de noodzaak die hen thans dwingt van regeringsstelsel te veranderen. De geschiedenis van de huidige koning van Groot-Brittannië is een geschiedenis van herhaalde onrechtvaardigheden en machtsoverschrijdingen, die alle als direct doel hebben een volstrekte tirannie in te stellen over onze staten. Om dat te bewijzen is het voldoende de feiten te onderwerpen aan het oordeel van een onpartijdige wereld.

    Hij heeft zijn goedkeuring onthouden aan wetten die het meest heilzaam en het meest noodzakelijk waren voor het algemeen welzijn.

    Hij heeft zijn gouverneurs verboden wetten uit te vaardigen van direct en urgent belang, ofwel de tenuitvoerlegging ervan uitgesteld tot zijn goedkeuring zou zijn verkregen; en na dat uitstel heeft hij er geen enkele aandacht meer aan besteed.

    Hij heeft geweigerd andere wetten uit te vaardigen ten gerieve van belangrijke districten, tenzij de bevolking aldaar afzag van haar recht op vertegenwoordiging in de wetgevende macht, een recht dat voor haar van onschatbare waarde is en waarvoor alleen tirannen beducht zijn.

    Hij heeft wetgevende lichamen bijeengeroepen op ongebruikelijke en ongerieflijke plaatsen die ver verwijderd waren van de plaats waar hun publieke documenten bewaard werden, enkel en alleen om hen te dwingen zich, strijdensmoe, te schikken naar zijn maatregelen.

    Hij heeft herhaaldelijk vertegenwoordigende lichamen ontbonden die zich krachtig hadden uitgesproken tegen zijn schendingen van de rechten van het volk.

    Hij heeft gedurende lange tijd, na zulke ontbindingen, geweigerd andere wetgevende lichamen te laten kiezen, waardoor de uitvoering van de wetgevende macht, die niet tenietgedaan kan worden, weer in handen is gekomen van het volk in zijn geheel en de staat tegelijkertijd blootgesteld bleef aan alle gevaren van een invasie van buiten en verstoringen van binnen.

    Hij heeft getracht de bevolkingsgroei van deze staten te verhinderen; te dien einde heeft hij de uitvaardiging van de wetten op de naturalisatie van buitenlanders tegengewerkt, geweigerd andere in te voeren die de immigratie bevorderd zouden hebben en hogere eisen gesteld aan de toewijzing van nieuwe gronden.

    Hij heeft de rechtspraak tegengewerkt door zijn goedkeuring te onthouden aan wetten ter instelling van rechterlijke bevoegdheden.

    Hij heeft de rechters onderworpen aan zijn wil alleen, voor wat hun ambtstermijnen, evenals de hoogte en betalingswijze van hun salarissen betreft.

    Hij heeft tal van nieuwe functies ingesteld en menigten ambtenaren hierheen gezonden om ons volk te kwellen en uit te zuigen.

    Hij heeft bij ons in vredestijd staande legers gehandhaafd zonder toestemming van onze wetgevende lichamen.

    Hij heeft getracht de militaire macht onafhankelijk van en superieur aan de burgerlijke macht te maken.

    Hij heeft met anderen samengespannen om ons te onderwerpen aan een jurisdictie die vreemd is aan onze staatsregeling en niet erkend wordt door onze wetten en hij heeft zijn goedkeuring gegeven aan hun zogenaamde wettelijke verordeningen die:
    - de legering toestaan van grote aantallen gewapende troepen op ons grondgebied,
    - deze, door schijnprocessen, vrijwaren van bestraffing voor alle moorden die zij zouden kunnen plegen op de bewoners van deze staten,
    - onze handel afsnijden met alle delen van de wereld,
    - ons belastingen opleggen zonder onze toestemming,
    - ons, in vele gevallen, beroven van de voordelen van de juryrechtspraak,
    - ons kunnen dwingen tot een reis overzee om terecht te staan voor vermeende delicten,
    - het vrije systeem afschaffen van de engelse wetten in een naburige provincie, waar zij een willekeurige regering instellen en de grenzen van genoemde provincie verruimen om er zowel een voorbeeld van te maken als een instrument om in onze koloniën hetzelfde despotische regime in te stellen,

    - onze charters wegnemen, onze waardevolste wetten afschaffen en de vorm van onze regeringen fundamenteel veranderen,
    - onze eigen wetgevende lichamen opschorten en hen in staat stellen te verklaren dat zij bekleed zijn met de bevoegdheid in alle mogelijke gevallen voor ons wetten te maken.

    Hij heeft het recht verbeurd ons te regeren door te verklaren dat wij buiten zijn bescherming staan en door oorlog tegen ons te voeren.

    Hij heeft onze zeeën geplunderd, onze kusten verwoest, onze steden verbrand en het leven van ons volk geruïneerd.

    Hij verplaatst momenteel grote legers van buitenlandse huurlingen om zijn werk van dood, verderf en tirannie af te maken, dat reeds begonnen is met een wreedheid en gemeenheid die nauwelijks geëvenaard werd in de meest barbaarse tijden en die het hoofd van een beschaafde natie volstrekt onwaardig is.

    Hij heeft onze medeburgers, die hij gevangen heeft genomen op volle zee, gedwongen de wapens op te nemen tegen hun eigen land, de beulen te worden van hun vrienden en broeders of zelf te vallen onder hun handen.

    Hij heeft in ons land binnenlandse opstanden uitgelokt en getracht tegen onze grensbewoners de meedogenloze indiaanse wilden op te zetten, wier strijdmethode, zoals bekend, bestaat in het afslachten van iedereen, ongeacht leeftijd, geslacht, rang of stand.

    In elk stadium van deze onderdrukking hebben wij om gerechtigheid gevraagd in de nederigste bewoordingen: onze herhaalde petities zijn slechts beantwoord met herhaalde onrechtvaardigheden. Een vorst die aldus door elke daad wordt gekenmerkt als een tiran, is ongeschikt de regeerder te zijn van een vrij volk.

    Wij zijn evenmin te kort geschoten in aandacht voor onze Britse broeders. Wij hebben hen regelmatig gewaarschuwd voor pogingen van hun wetgevende macht om op onrechtmatige wijze haar jurisdictie op ons van toepassing te verklaren. Wij hebben hen herinnerd aan de omstandigheden waarin wij geëmigreerd zijn en hier koloniën hebben gesticht. Wij hebben een beroep gedaan op hun aangeboren rechtvaardigheidsgevoel en grootmoedigheid en wij hebben hun bezworen, in naam van de banden van verwantschap die ons verbinden, deze vormen van machtsmisbruik, die onvermijdelijk zouden leiden tot het verbreken van onze banden en betrekkingen, af te wijzen. Ook zij zijn doof gebleven voor de stem van de gerechtigheid en de bloedverwantschap. Wij moeten dus berusten in de noodzaak onze scheiding uit te roepen en wij moeten hen, zoals wij dat ook doen met de rest van de mensheid, beschouwen als vijanden in de oorlog en als vrienden in de vrede.


    Derhalve verkondigen en verklaren wij, de vertegenwoordigers van de Verenigde Staten van Amerika, in algemeen congres bijeen, het getuigenis inroepend van de opperrechter van de wereld voor de rechtschapenheid van onze bedoelingen, in de naam en op het gezag van het goede volk van deze koloniën, plechtig dat deze verenigde koloniën vrije en onafhankelijke staten zijn en van rechtswege behoren te zijn; dat zij vrijgesteld zijn van elke trouw aan de Britse kroon en dat elke politieke band tussen hen en de staat van Groot-Brittannië volledig verbroken is en behoort te zijn; en dat zij, als vrije en onafhankelijke staten, de volledige macht bezitten oorlog te voeren, vrede te sluiten, verbintenissen aan te gaan, handelsbetrekkingen aan te knopen en alle andere handelingen te verrichten waartoe onafhankelijke staten gerechtigd zijn. Ter ondersteuning van deze verklaring en met het volste vertrouwen in de bescherming van de goddelijke voorzienigheid, stellen wij ons gezamenlijk borg met ons leven, ons bezit en onze heilige eer.


    Het origineel is uiteraard in het Engels.


    Attached Thumbnails Attached Thumbnails Click image for larger version. 

Name:	Us_declaration_independence.jpg 
Views:	203 
Size:	1.88 MB 
ID:	3226   Click image for larger version. 

Name:	declarationscanbig (original).jpg 
Views:	157 
Size:	143.5 KB 
ID:	3227  


    Den vaderlant ghetrouwe


    I don't do classifications

  4. #4
    Veteran Member The Lawspeaker's Avatar
    Join Date
    Feb 2009
    Last Online
    Today @ 02:07 AM
    Location
    Between forests and marshes
    Meta-Ethnicity
    Celto-Germanic
    Ethnicity
    Dutch
    Ancestry
    Brabant, Holland, Guelders and some Hainaut.
    Country
    Netherlands
    Region
    Utrecht
    Politics
    National conservatism and Romantic nationalism
    Religion
    Cultural Catholic
    Relationship Status
    Engaged
    Age
    36
    Gender
    Posts
    45,232
    Blog Entries
    2
    Thumbs Up/Down
    Received: 8,892/1,615
    Given: 18,562/3,127

    0 Not allowed! Not allowed!

    Default

    Wie kent nog de Verenigde Nederlandse (of Belgische) Staten?

    TRACTAET VAN VEREENINGE, ENDE OPRECHTINGE VAN HET SOUVEREYN CONGRES DER VEREENIGDE NEDERLANDSCHE STAETEN
    11/20 januari 1790


    DE VOLKEREN, de welke tegenwoordiglyk uytmaecken de Vereenigde Staeten der Nederlanden, hadden, naer de dood van de Keyserinne Douairiere ende Koninginne Maria-Theresia van Oostenryck, erkent voor hunnen Oppervorst den Kyser Josephus II, oudsten zone van de Keyzerinne ende hadden zig onderworpen aen zyn opper-gesagh, dog onder dusdanige uytdruckelycke wederhoudingen ende bedingen, de welke de Staets-wet deser Provincien van ouds hadden vastgestelt.

    Dese bedingen ende wederhoudingen, vervat in het verbond van huldinge waeren ouder als het heerschende Stam-huys, ende, om zoo te zeggen, geboren met de Natie zelf. Ook zyn zy plegtiglyk goed gekeurt ende besworen geweest, ende niets en heeft ontbroken aen het verdragh, het welk het Volk, volgens het gebruyk heeft aengegaen met zynen Vorst, aleer zigh aen den zelven te onderwerpen.

    De geheele behoudenisse van de Catholieke, Apostolieke ende Roomsche Religie, de handhavinge van de Grondwet, Vrydommen, Gewoontens ende Gebruycken, gelyk die vervat waeren in de Chartren ende geheyligt door het al oud besit van het Volk, gelyk die voor al vervat waeren in het gene de Brabanders naementlyk noemen de Blyde-Inkoomste; dit alles was besloten ende toegesegt met bevestinge van Eed.

    De inwoonders hadden deze des te meer ter herte, om dat zy sedert langen tyd waeren in de aengenaeme gewoonte van alle de punten te aensien als wezent-

    (2)

    lyck uytmaekende hunne Grondwet ende deze als het bolwerck van hunne Vrydommen ende de bescherm-wagt van hun geluck.

    Nochtans in weerwil van den zoo uytdruckelyken Eed des Opper-vorst, opzigtelyck tot de onderhoudinge van het verbond van huldinge, niet tegenstaende de zoo dickmaels herhaelde Vertoogen van alle de orders van den Staet, opzigtelyk tot de ontelbaere inbreucken toegebracht aen dit verbond, volgde den Opper-vorst, sedert veele jaeren halsterrig den zelven weg, den welken op niets min uytging dan om alles te veranderen, alles met nieuwigheden te overdecken, ende de inwoonders te berooven van eene grondwet, de welke hun lief was, ende van de welke hy hun niet kost ontblooten zonder onrechtveerdigheyd, ende zonder te verbreeken zynen Eed.

    Men had alreede zien te voorschyn comen ende elkanderen opvolgen eene menigte van Edicten, de welke beleedigden de Religie in de verscheyde voorwerpen van haere Zedeleer, haeren Gods-dienst, het gene behoorde aen desselfs Leer-stuck ende in haere Bedienaers; de Reght-stoelen van het Volk wirden omverre geworpen, de Wetten willekeuriglyk verandert ofte verbroke, de Eygendommen, den persoonelyken Vrydom, van den welken de Nederlanders van allen tyden zoo nyd-iverig geweest zyn, en waeren niet meer gedeckt tegens de Grondwet-strydige ondernemingen, de magteloose Wetten swygden voor het sweerd van den Krygs-man, ende de oude gebruycken waeren van alle kanten verminckt ofte wederroepen, eene nieuwe schickinge wird verwisselt tegen de oude, ende vervult door den veranderlyken ende onbepaelden wille van den Vorst, ofte van de gene, die heerschsten in zynen naem ende handelden onder zyn gezag. Zoo uytspoorig was onsen rampspoed. Hy was onherstelbaer geworden; het Gouvernement, vergenoegde zig niet met sig te verharden tegen alle vertoogen, maer floot aen deze vertoogen zelf de deure toe, door eenen nieuwen ende laesten slag van dwingende gesagh, vernietigende de Blyde Inkoomste, de oude Bezittingen ende grondstellige wetten der Provincien, afschaffende, met de Staets-wetten, de vergaederinge der Gedeputeerden van deze Provincien, de welke tot dan toe geweest hadden de gewoonelycke stemme der Representatien ende Representanten van het Volk.

    Eyndelyk het verbond, het welk ophoud te binden, zo haest als het ophoud wederzydig te zyn, was uytdruckelyk gebroken, van den kant van den Opper-Vorst, ende wat bleef er naer diën den Volken over, ten zy het naturelyk ende onafneemelyk recht door het verbond zelf toegestaen, van te stellen kragt tegen geweld ende van te ernemen een gezag, het gene men niet en had toebetrouwt, ten zy voor het gemeyn welvaeren, ende dit met zoodanige omzichtigheden, met zoodaenige uytdruckelyke over-een-koomsten ende wederhoudingen.

    Dit is het gene’er geschiet is, ende het is ingevolge deze grond-regels, dat de verscheyde Provincien zig VRY ENDE ONAFHANGELYK hebben verclaert, den Hemel heeft opentlyk gezegent eene onderneminge aengevat onder zyne bescherminge, Europa ende der mensche liefde hebben met genoegen aenzien den goeden uytval; maer het en vergenoegt niet van voordeelen te hebben bekomen, men heeft moeten overleggen, om de zelve te staeven ende duerzaem te maecken.

    OM DESE OORSAECKE, DE NEDERLANDSCHE STAETEN, naer de oude banden van eene enge vereeninge ende van eene duerzaeme vrindschap verknoght te hebben, zyn over-een-gekomen over de volgende puncten ende artikels.

    ( 3)

    ARTIKEL I.

    Alle de Provincien vereenigen ende verbinden zigh te zaemen onder de benoeminge van STAETEN DER VEREENIGDE NEDERLANDEN.

    ARTIKEL II.

    De Provincien stellen in het gemeyn, vereenigen ende voegen in een middelpunt de Souvereyne magt, de welke zy niet te min bepaelen tot de naervolgende voorwerpen; tot het gene van eene gemeyne verdedinge, tot de maght van te maeken den Vrede ende den Oorlog, ende by gevolg tot het lichten ende onderhouden van eene Nationale-armée, gelyk ook van te ordonneren, te doen maeken ende onderhouden de nodige fortificatien; van met de vremde Mogentheden te maeken de noodige zoo offensive als defensive Alliancien, van te noemen, zenden ende ontfangen Residenten ende Ambassadeurs ende alle iegelycke andere Agenten, alle door het enkel gezag van de aldus vereenigde magt ende zonder eenigen toevlugt te moeten nemen tot de respective Provincien. Men is overeengekomen over den invloed den welken ider Provincie door zyne Gedeputeerde zal hebben in de beraemingen over de voorwerpen vervat in het voorhandig Tractaet.

    ARTIKEL III.

    Om deze Souvereyne magt te oeffenen, regten zy op en stellen zy in een CONGRES van Gedeputeerde van ieder der Provincien onder de benoeminge van SOUVEREYN CONGRES DER VEREENIGDE NEDERLANDSCHE STAETEN.

    ARTIKEL IV.

    De voorgemelde Provincien beleydende ende willende voor altyd beleyden de Catholieke, Apostolieke ende Roomsche Religie ende willende onverbrekelyk behouden de eenigheyd der Kerke, zal het CONGRES onderhouden ende handhaeven de onderlinge zamenbindingen met den H. Stoel van ouds onderhouden zoo in de Nominatien ofte Presentatien van de onderdaenen van de gemelde Provincien, tot het Aerts-bisdom ende Bisdommen op de wyze op de welke de Provincien in het gevolg onder hun zullen over-een-comen, als in alle andere materie volgens de grond-regels van de Catholieke, Apostolieke ende Roomsche Religie, ende de Concordaeten ende Vryheden der Nederlandsche Kercke.

    ARTIKEL V.

    Het CONGRES zal alleen het gezag hebben van Munte te doen slaen, ten stemple van de vereenigde Nederlandsche Staeten ende van vast te stellen den tittel ende weerde der selver.

    ARTIKEL VI.

    De Provincien der Vereening zullen besorgen de onkosten, noodzaekelyk tot de oeffeninge van de Souvereyne-magt toegeeygent aen het CONGRES, volgens de proportie onderhouden onder den gewezenen Souvereeyn.

    ARTIKEL VII.

    Ieder Provincie behoud ende reserveert zig alle de andere rechten van Souvereyneteyt, zyne wet gevende maght, zynen vrydom, zyne onafhankelykheyd, met een woord alle de Magt, Jurisdictie ende alle iegelycke Rechten, de welke niet uytdrukkelyk in het geneyn en syn gestelt en toebetrouwt aen het SOUVEREYN CONGRES.

    (4)

    ARTIKEL VIII.

    Men is bovendien ende onwederroepelyk over-een-gecomen dat in opzigte van de moyelyckheden, dewelke’er zouden konnen geschaepen worden, ’t zy ter oorsaecke van de gemeyne contributie, ’t zy over een ander voorwerp van onderzoek, welkdaenig het zy, van eene Provincie tegen het CONGRES, ofte van het CONGRES tegen eene Provincie, ofte van Provincie tot Provincie, het CONGRES de zelve zal trachten metter minne te eyndigen, ende waer het zaeken eene minzaeme over-een-koomste geen plaetse en kon hebben, zoo zal ieder Provincie noemen eenen persoon, ten verzoeke van d’een ofte d’ander der partyen, voor welke de saecke sommairelyk zal worden geinstrueert ende de welke de zelve zullen wysen, ende het CONGRES, sal het recht van executie hebben, ende is ’t dat het vonnis gedraegen is tegens het CONGRES, zoo zal het zelve gehouden zyn zig hier aen te onderwerpen.

    ARTIKEL IX.

    De Vereenigde Staeten verbinden zig op het kragtigste van elkanderen by te staen, ende zoo haest eene Provincie zal aengetast zyn door eenen vremden vyand, zullen zy alle gemeyne saeke maeken ende zullen alle gezaemlentlyk met alle hunne maght verdedigen de aengetaste Provincie.

    ARTIKEL X.

    Het en zal aen geene Provincie vry staen eenig verbond ofte eenigderleye tractaet te maecken met eene andere Mogentheyd, sonder toelaetinge van het CONGRES ende de bezondere Provincien en zullen zig met elkanderen niet mogen vereenigen, verbinden ofte contracteren op welke wyze het ook zoude konnen wezen, zonder toestemminge van het CONGRES.
    Nogtans de Provincie van Vlaenderen zal zig mogen verenigen met West-Vlaenderen, op conditie dat ider der selve in het CONGRES zal hebben zyne bezondere Gedeputeerden, dat deze Gedeputeerden zullen hebben hunne vrye ende onafhangelycke stemme ende de Gedeputeerde van d’eene en zullen noyt in den selven tyd connen zyn Gedeputeerden van d’andere.

    ARTIKEL XI.

    Deze vereening zal vast, eeuwigduerende ende onwederroepelyk zyn, het en zal aen geene Provincie nogte aen verscheyde, zelfs niet aen het meestendeel dier vry zyn, deeze vereeniging te breeken ofte zig hier van af-te-scheyden onder welkdaenigh voorwendsel ofte reden het oock mag syn.

    ARTIKEL XII.

    Men is onwederrroepelyk over-een-gecomen, dat de civiele ende militaire maght ofte een deel van d’een ende d’ander noyt en zal vergeeven worden aen den zelven persoon ende dat niemand, zittinge ofte stem hebbende in het CONGRES, zal mogen gestelt worden in den militairen dienst, ende dat van gelycken niemand in militaire bedieninge zynde, en zal mogen zyn Gedeputeerden by het CONGRES, aldaer zittinge ofte stemme hebben; van gelycken niemant in bedieninge ofte gepensioneert zynde van eenige vremde Mogentheyd, onder welke benoeminge het ook zoude mogen wesen, en zal mogen aenveerd worden tot het CONGRES.
    Men sluyt ook uyt alle de gene, de welke naer de goedkeuringe van dit Tractaet van Vereening aenveerden eenig Militair Order ofte ander welkdaenig eerteken.

    (5)

    Ten welken eynde alle de Staeten, uytmaekende de vereeninge in het algemeyn ende ieder litmaet in het besonder, van gelycken alle de gene, de welke zullen zittinge nemen in het Congres, alle de Raeds-heeren ende Litmaeten van de Raeden der Provincien, alle Magistraeten ende generalyk alle Civiele Justicieren ende Officieren zullen beloven ende zweeren de stipte ende getrouwe onderhouding van deeze vereeninge, ende van alle ende igelycke desselfs puncten.

    Aldus gesloten, gedaen ende vastgestelt binnen Brussel, in de algemeyne vergaederinge der Vereenigde Nederlandsche Staeten; door de ondergeteeckende Gedeputeerde van de Staeten onder goedkeuringe van hunne Committenten, den 11 January van het jaer duysent seven hondert negentig, ten twee uren s’morgens.

    Waeren ondertekent:

    BRABANT.

    C. François, Évêque d’Anvers.
    Godefridus, Abbas Tongerloensis.
    Lannoy.
    E. Coloma.
    J.-F. Baelmans.
    A.-M. Van Halen.
    A.-H.-J. Van Wamel.

    GELDERLAND

    J.-B. Syben

    VLAENDEREN

    Joannes Pameleirre, Abbas Ninoviensis.
    E. Prisie, Abbé d’Eeckhoutte.
    J. Castel sam Pietro, Député du Clergé de Gand.
    P.J. De Pauw, Chan., Député du Clergé de Bruges.
    Le Marquis de Rodes.
    Le Comte d’Hane de Steenhuyse.
    J.P. Roelandts, Pen..
    De Schietere Caprycke.
    M. Pyl du Fayt.
    J. De Lannoy.
    Eugene van Hoobrouck, Député de la Châtelenie d’Audenarde.
    J. De Smet, Député du Pays d’Alost.
    C.J.J. De Grave.

    WEST-VLAENDEREN

    C. Heddebault, Abbé de S. Jean au Mont.
    Vander Stichele de Maubus.
    F. Van der Meersch.

    HENEGAUW

    Benoit Alavoine, Abbé de Saint-Denis.
    Charles Comte de Thiennes de Lombize.
    Le Chevalier de Bousies.
    Gendebien.

    NAEMEN

    Grégoire, Abbé de Waulsort.
    Le Baron de Neverlée de Baulet.
    De Cauwer.
    Fallon.

    DOORNICK

    De la Hamaide, Prévôt de Tournay.
    Tassin.
    Mourcou.
    J.B. Vinchent.
    Van der Gracht.
    Longueville.
    H.B.J. Defruez.
    J. Hersecap, premier Pensionnaire de Tournay.

    (6)

    TOURNESIS

    A. Van der Dilft, doyen député du Tournesis; De Sourdeau; G. Macau

    MALINES

    R.J. De Brouwer; J.-Josephus Van Kiel; J.-C. De Nelis; J.-Andréas Lambrechts

    Dit tractaet van Unie is door de Staeten der respectieve Provincien geratifceert geweest, gelyk het blykt door de originele actens alhier gesien, geexamineert ende ter Greffie gedeposeert. In teken der waerheydt hebben Wy Gedeputeerde der geseyde Provincien dese getekent. Ende sal een dobbel in originali worden gelevert aen iedere Provincie, om gedeposeert te worden ter Greffie der reespective Staeten.

    Gedaen te Brussel desen 20 January 1789, acht urend des s’avonts, (waeren geteekent):

    C. François, Évêque d’Anvers.
    Godefridus Hermans Abb. Tong.
    Lannoy.
    E. Coloma.
    J.F. Baelmans.
    A.M. Van Halen.
    A.H. Van Wamel.
    J.B. Syben.
    Joannes Pameleirre, Abbas Ninoviensis.
    J. Castel sam Pietro, Député du Clergé de Gand.
    J.J. De Pauw, Chan. Député du Clergé de Bruges
    Le Marquis de Rodes.
    Le Comte d’Hane de Steenhuyse.
    J.P. Roelandts, Pensionnaire.
    De Schietere Caprycke.
    J. De Lannoy.
    Eugène van Hoobrouck, Député de la Châtellenie d’Audenarde.
    J. De Smet, Député du Pays d’Alost.
    C.J.J. De Grave.
    C. Heddebault; Abbé de Saint-Jean au Mont.
    Van der Stichele de Maubus.
    F. Van der Meersch.
    Benoit Alavoine, Abbé de Saint-Denis.
    Charles Comte de Thiennes de Lombize.
    Le Chevalier de Bousies.
    Gendebien.
    Grégoire Abbé de Waulsort.
    Le baron de Neverlée de Baulet.
    Fallon.
    Tassin.
    H.B.J. Defruez; 20 Jan. 1790.
    A. Van der Dilft, Doyen Député du Tournesis.
    De Sourdeau.
    J.Josephus Van Kiel, q.q.
    J.C. De Nelis.
    J.Andréas Lambrechts.
    P.S. Van Eupen, comme Sécrétaire d’État des États Belgiques Unis.

    VOOR COPYE by translaet, VAN EUP. VT.
    Ter Ordonnantie J.A.J. De Lincé.



    Noot. Deze akte was geïnspireerd door onder meer de amerikaanse grondwet van 1777 (in force 1781) "articles of confederation" en de amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring, welke op hun beurt geïnspireerd waren doorde Unie van Utrecht (1579) en het Plakkaat van verlatinghe in 1581 (afzetting van Filips II).






    Den vaderlant ghetrouwe


    I don't do classifications

Thread Information

Users Browsing this Thread

There are currently 1 users browsing this thread. (0 members and 1 guests)

Bookmarks

Posting Permissions

  • You may not post new threads
  • You may not post replies
  • You may not post attachments
  • You may not edit your posts
  •